Het kabinet heeft in het hulppakket van twaalf miljoen euro geen geld gereserveerd voor nieuwe medische evacuaties van zieke en gewonde kinderen uit Gaza naar Nederland. De kwaliteit en beschikbaarheid van Nederlandse ziekenhuiszorg hebben bij die keuze geen rol gespeeld. Dat bevestigt het kabinet, terwijl Nederlandse kinderartsen zeggen voor een specifieke groep kinderen wel behandeling te kunnen organiseren.

Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sjoerd Sjoerdsma schrijft dit in antwoorden aan Suzanne Kröger van PRO en Sarah Dobbe van de SP. Het kabinet wil met hetzelfde geld zo veel mogelijk kinderen helpen en kiest daarom voor zorg in Gaza en de regio, waaronder behandeling in Jordanië.

Kinderartsen vragen om gerichte opvang

De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde steunt extra hulp in de regio. Maar die helpt volgens de vereniging niet ieder ernstig ziek kind. In haar toelichting aan de Tweede Kamer van 24 september beschrijft zij kinderen met onder meer ernstig letsel, kanker en complexe aangeboren aandoeningen. Zij hebben soms verschillende specialisten tegelijk nodig. Die zorg is volgens de kinderartsen in Gaza en de omliggende regio niet altijd, of niet tijdig, beschikbaar.

De vereniging zegt dat Nederlandse ziekenhuizen expertise hebben en capaciteit kunnen organiseren. De opvang in 2025 verliep volgens haar zonder verdringing van de gewone zorg. Voor nieuwe evacuaties wil zij de kinderen gericht selecteren en hun komst spreiden. Ook nazorg, revalidatie en begeleiding buiten het ziekenhuis moeten worden geregeld.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat dit gerichte aanbod en de kabinetskeuze langs elkaar heen lopen. De kinderartsen vragen om een aanvullende route voor kinderen die in de regio niet op tijd geholpen worden. Het kabinet motiveert zijn keuze met het totale aantal kinderen dat het daar kan helpen. In de nieuwe antwoorden zegt het niet te weten hoeveel patiënten voor hun behandeling níét in Jordanië of Egypte terechtkunnen. De beschikbare Nederlandse zorg is evenmin meegewogen.

Wel geld voor de regio, geen toezegging voor uitzonderingen

Het pakket van twaalf miljoen euro werd in september aangekondigd. De helft gaat naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor evacuatie en behandeling van 250 kinderen in Jordanië. De andere zes miljoen is voor zorg in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en voor patiënten uit Gaza in Egypte. Het kabinet zegt dat het geld uiterlijk voor het einde van 2026 wordt uitgekeerd.

Volgens Sjoerdsma zijn praktisch alle medische behandelingen in Jordanië en Egypte beschikbaar. Hij wijst onder meer op de gespecialiseerde kankerzorg in Amman. De antwoorden maken echter geen onderscheid tussen het bestaan van een behandeling en de vraag of een individueel kind die zorg op tijd kan krijgen. Juist over dat laatste trekken de kinderartsen aan de bel.

Op de vraag of Nederland alsnog kinderen zal opnemen wanneer de zorg in de regio tekortschiet, doet Sjoerdsma geen toezegging. Hij wil daarop niet vooruitlopen. Ook bij eventueel extra geld blijft zorg dicht bij huis de prioriteit.

Geld alleen opent de grens niet

De route naar Jordanië is bovendien afhankelijk van toestemming van de Israëlische autoriteiten om Gaza te verlaten. Jordanië verlangt daarnaast dat het aantal patiënten dat wordt opgevangen en na behandeling terugkeert ongeveer in balans blijft. Het land wil zo zijn draagkracht bewaken en niet bijdragen aan gedwongen verplaatsing van Palestijnen.

Die voorwaarden bepalen mede hoe snel ernstig zieke kinderen bij een arts kunnen komen. De WHO riep op 24 september op medische evacuaties uit te breiden en de medische route naar Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever te herstellen. Het Bericht schreef eerder over de belemmeringen waardoor hulp Gaza onvoldoende bereikt.

Het kabinet kan nog geen datum noemen waarop de eerste resultaten van de extra bijdrage zichtbaar worden. Geld is toegezegd; hoeveel kinderen daarmee wanneer daadwerkelijk behandeling krijgen, staat nog niet vast.