Palestijnen in Gaza krijgen nog steeds te weinig hulp om in hun dagelijkse behoeften te voorzien en zich op de winter voor te bereiden. Het kabinet erkent dat de druk op Israël onvoldoende heeft gewerkt. De Europese maatregel die handelsvoordelen moet wegnemen, is ondertussen nog altijd niet aangenomen.

Dat blijkt uit antwoorden van minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen en minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sjoerd Sjoerdsma. D66-Kamerleden Hanneke van der Werf en Mpanzu Bamenga vroegen welke extra druk Nederland wil uitoefenen om de hulpverlening op gang te krijgen.

Volgens de ministers komt het aantal vrachtwagens dat Gaza wekelijks binnenkomt uit op ongeveer 2.500. Zij zetten dat af tegen de afspraak van 4.200 per week en noemen de hoeveelheid onvoldoende. Ook binnen Gaza verhinderen geweld, bewegingsbeperkingen en kapotte infrastructuur dat hulp mensen bereikt.

Een handelsvoorstel dat er al ruim een jaar ligt

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het concrete Europese voorstel waarnaar het kabinet verwijst al op 17 september 2025 is gepresenteerd. Ruim dertien maanden later schrijft het kabinet dat er nog steeds onvoldoende steun is om het aan te nemen.

Het voorstel van de Europese Commissie moet Israëlische goederen hun gunstige toegang tot de Europese markt ontnemen. In plaats van de afgesproken handelsvoordelen zouden de gewone invoertarieven gaan gelden. Het is daarmee een economische drukmaatregel, geen verbod op alle handel met Israël.

Voor dit handelsvoorstel hoeven niet alle EU-landen akkoord te gaan. De Commissie schrijft dat een gekwalificeerde meerderheid nodig is: een meerderheid waarbij zowel het aantal lidstaten als hun bevolkingsomvang telt. Nederland blijft steun zoeken, maar de benodigde meerderheid ontbreekt volgens de ministers.

De inzet komt voort uit de Europese beoordeling van de mensenrechtenafspraken in het samenwerkingsverdrag met Israël. Nederland steunt het op tafel houden van de voorgestelde maatregelen. Een nieuwe termijn waarbinnen die moeten worden ingevoerd, noemen de antwoorden niet.

De winter wacht niet op Europees overleg

De VN-hulporganisatie OCHA beschrijft deze maand hoe gezinnen in versleten tenten en geïmproviseerde onderkomens de winter ingaan. Er ontbreken niet alleen voedsel en medicijnen, maar ook materialen om waterinstallaties te herstellen en overstromingen op te vangen.

OCHA wijst daarnaast op geldtekorten. Voor hulp aan gezinnen ter voorbereiding op kou en regen ontbrak volgens de organisatie ongeveer 60 procent van de benodigde 283 miljoen dollar. Meer toegang voor vrachtwagens alleen lost dat financieringstekort niet op.

Hulp toelaten is een verplichting

De toegang tot hulp berust bovendien niet alleen op politieke afspraken. Het Internationaal Gerechtshof droeg Israël op 28 maart 2024 in een bindende voorlopige maatregel op samen met de VN ongehinderde hulp op grote schaal te verzekeren. Het noemde onder meer voedsel, water, medische zorg en onderdak, en het vergroten en openhouden van landgrensovergangen.

Nederland ondertekende op 8 juni dit jaar ook een internationale verklaring dat humanitaire toegang niet onderhandelbaar is. Daarin riepen de landen Israël op hulporganisaties hun werk ongehinderd te laten doen.

Nu erkennen Berendsen en Sjoerdsma dat de gezamenlijke inzet van Nederland, de EU en andere landen onvoldoende gedragsverandering heeft opgeleverd. Hun antwoord blijft bij het voortzetten van gesprekken en druk en het zoeken naar steun voor de bestaande Europese voorstellen. Een nieuw concreet drukmiddel kondigen zij niet aan.