Bij Chemelot in Zuid-Limburg komen verschillende kankerverwekkende stoffen tegelijk in de lucht terecht. De Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL) meet er onder meer benzeen, monovinylchloride en 1,3-butadieen. In haar rapport van 13 februari 2026, over de metingen tot en met 2025, concludeert de dienst dat de jaargemiddelden geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s buiten het industrieterrein veroorzaken. Geen van de drie stoffen overschrijdt afzonderlijk de gehanteerde risicogrens.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat dit meetrapport de eerdere RIVM-berekening van het gezamenlijke risico van diezelfde drie stoffen niet bespreekt. Die berekening stond al in een kennisnotitie van april 2025 en kwam terug in de bredere gezondheidsverkenning van december 2025. De vergelijking laat zien waarom alleen constateren dat iedere stof onder de norm blijft, de gezondheidsvraag voor omwonenden niet beantwoordt.

Dezelfde lucht, een andere beoordeling

Het RIVM gebruikte metingen uit 2018 tot en met 2024 van station Vouershof, vlak bij de grens van het Chemelot-terrein. Het telde de risico’s van de drie stoffen bij elkaar op. In meerdere jaren gaf die combinatie een risicosignaal, terwijl elke stof apart onder de eigen risicogrens bleef.

Dat signaal gaat over de concentraties bij het meetstation. Om het gezondheidsrisico voor bewoners te bepalen, moet bekend zijn hoeveel zij bij hun huizen inademen. Volgens de RIVM-modellen zijn de concentraties in de omliggende woonkernen lager. De berekening is een beoordeling van gezondheidsrisico’s, geen vaststelling dat een wettelijke mengselnorm is overtreden.

Het recentere meetrapport bevat ook verbetering: de jaargemiddelden voor monovinylchloride en 1,3-butadieen waren in 2024 en 2025 lager dan in de eerdere piekjaren. In de RIVM-berekening bleef het mengsel in 2024 al onder de grens waarbij het instituut extra aandacht voor het risico nodig vindt.

Toch onderbouwt het meetrapport zijn algemene geruststelling met de beoordeling per stof. Onder het kopje ‘Reactie RIVM’ verwijst het naar overleg met de RIVM-helpdesk eind 2019. De latere beoordeling van het mengsel ontbreekt daar. Zo krijgt de lezer wel de recentere meetwaarden, maar geen bespreking van wat die gezamenlijke beoordeling daaraan toevoegt.

Meer metingen, nog geen uitleg over vergunningen

In nieuwe antwoorden aan D66-Kamerleden Dion Huidekooper en Marc Vervuurt erkent staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Annet Bertram dat stoffen samen effect kunnen hebben, ook onder de afzonderlijke normen. Zij antwoordt mede namens zorgminister Sophie Hermans.

Er wordt meer gemeten dan alleen deze drie stoffen. De omgevingsdienst meet een breder pakket. Zij rapporteert over andere stoffen als die aanhoudend in meetbare hoeveelheden voorkomen of hoger uitkomen dan normaal in de omgeving. Ook controleert zij uitstootmetingen bij bedrijven. Een nieuw proefproject moet uitzoeken welke extra stoffen en meetplekken, ook in woonkernen, nodig zijn. Het plan daarvoor wordt nog opgesteld.

Op de vraag hoe de combinatie van stoffen nu bij vergunningen voor Chemelot meetelt, geeft Bertram geen inhoudelijk antwoord. Zij verwijst naar Limburg, dat de vergunningen verleent. Het Rijk stelt de landelijke regels en onderzoekt hoe de gezamenlijke blootstelling beter kan meewegen.

Voor bewoners telt wat zij samen inademen, niet alleen of iedere fabriek of stof afzonderlijk aan een eis voldoet. Daarvoor zijn metingen dicht bij woningen nodig én een beoordeling die de stoffen samen bekijkt. Bertram belooft de voortgang in een volgende brief over industrie en omwonenden toe te lichten. Een datum noemt zij niet.