De huidige wettelijke PFAS-norm voor drinkwater beschermt de volksgezondheid niet genoeg. Dat schrijft minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat in antwoorden van 7 oktober aan PRO-Kamerlid Ani Zalinyan. Hij wil een strengere Europese norm afwachten en die vervolgens in de Nederlandse wetgeving overnemen. Een ingangsdatum noemt hij niet.
Dat wachten is een keuze over de aanpak en het tempo. De Europese Drinkwaterrichtlijn legt minimumkwaliteitseisen vast: nationale waarden mogen niet minder streng zijn. Lidstaten kunnen strengere eisen stellen en moeten aanvullende stoffen of parameters regelen wanneer de bescherming van de gezondheid dat vereist. Ook het onderzoek naar Nederlandse PFAS-normering dat het ministerie vorig jaar liet uitvoeren, beschrijft die nationale ruimte.
Een voornemen uit 2022
Al in 2022 schreef het kabinet dat het de drinkwaterrichtwaarde van het RIVM als wettelijke kwaliteitseis wilde opnemen. De termijn zou met de drinkwatersector worden bepaald, vanwege de gevolgen voor de bedrijfsvoering. De waarde wordt inmiddels gebruikt bij het beoordelen van lozingen bij drinkwaterinnamepunten. Voor het geleverde kraanwater is zij nog geen wettelijke kwaliteitseis.
Karremans wil afstemming met andere Europese landen en een uitvoerbare overgang voor waterbedrijven. Hij verwacht een Europees voorstel na onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie. De WHO mikt volgens haar oproep voor onderzoeksgegevens uit februari op gezondheidskundige waarden in 2027. Daarna moeten de Europese beleidskeuzes en invoering nog volgen.
De wettelijke norm meet iets anders
De wettelijke Nederlandse norm telt de hoeveelheid van twintig PFAS-stoffen bij elkaar op. De RIVM-richtwaarde weegt ook mee hoe schadelijk de verschillende stoffen zijn, door ze om te rekenen naar de schadelijkheid van één referentiestof. Zo kan een mengsel van stoffen worden beoordeeld.
| Maatstaf | Waarde per liter | Wat wordt geteld? |
|---|---|---|
| Wettelijke norm | 100 nanogram | De opgetelde hoeveelheid van twintig aangewezen PFAS-stoffen. |
| RIVM-drinkwaterrichtwaarde | 4,4 nanogram PFOA-equivalenten | Hoeveelheden PFAS, gewogen naar schadelijkheid ten opzichte van de referentiestof PFOA. |
De waarden zijn daardoor niet als een simpele verhouding te vergelijken. Volgens het RIVM voldoet het Nederlandse drinkwater aan de wettelijke norm. Het instituut wil de blootstelling wel verder terugdringen, omdat mensen via voedsel en drinkwater samen gemiddeld te veel PFAS binnenkrijgen.
Na het Greenpeace-onderzoek naar kraanwater van september heeft het RIVM zijn drinkadvies gehandhaafd: kraanwater blijven drinken is verantwoord. De hoeveelheid PFAS via alleen drinkwater ligt volgens het instituut onder de gezondheidskundige grenswaarde voor de totale inname. De lagere drinkwaterrichtwaarde reserveert juist ruimte voor de PFAS die mensen ook via voedsel binnenkrijgen.
De rekening loopt via het waterbedrijf
Een strengere norm vraagt meer dan een wijziging op papier. Het onderzoek dat ingenieursbureau Arcadis in juni 2025 voor het ministerie afrondde, raamt minstens tien jaar voor voorbereiding en aanleg van nieuwe membraaninstallaties, vooral bij bedrijven die oppervlaktewater gebruiken. Vergunningen, ontwerp, bouw en verwerking van de vervuilde reststroom vergen tijd. De onderzoekers adviseren de RIVM-waarde daarom niet op korte termijn als norm in te voeren.
Maar hetzelfde rapport waarschuwt dat wachten op een WHO-advies en Europese norm in delen van Nederland langer blootstelling betekent aan concentraties die volgens de bestaande kennis gezondheidsrisico’s geven. Het beveelt aan nu al bij nieuwe en vernieuwde zuiveringsinstallaties rekening te houden met strengere eisen, met concrete afspraken en realisatietermijnen.
De extra investeringen en zuiveringskosten zullen volgens Karremans doorwerken in hogere drinkwatertarieven. Hoeveel huishoudens de afgelopen tien jaar specifiek voor het verwijderen van PFAS hebben betaald, kan hij niet zeggen: waterbedrijven registreren die kosten niet afzonderlijk. Bij de waterwinning is bovendien vaak niet vast te stellen welke producent voor welk deel van de vervuiling verantwoordelijk is.
Daar raakt de normkeuze ook de verdeling van lasten. Drinkwatergebruikers betalen via hun tarieven mee aan het opruimen van vervuiling waarover zij niet besluiten. Schonere bronnen kunnen de zuiveringsopgave beperken. Karremans belooft vóór het wateroverleg van 23 november een onderzoek en kabinetsreactie over een gedeeltelijk PFAS-lozingsverbod. Een algemeen nationaal lozingsverbod bestaat nog niet.
