Dat blijkt uit antwoorden van minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink aan zelfstandig Tweede Kamerlid Mona Keijzer. Zij vroeg hoeveel mensen die vanaf 12 juni een asielaanvraag in Nederland indienden, eerder elders waren geregistreerd, hoeveel van hen zijn overgedragen en waar zij verblijven.
Die groep is in de aangeleverde cijfers niet als geheel te volgen. De gegevens komen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Dienst Terugkeer en Vertrek en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De minister waarschuwt dat hun gegevens niet altijd aan elkaar gekoppeld zijn. De drie reeksen gaan daardoor niet noodzakelijk over dezelfde personen.
Verzoeken zijn geen overdrachten
De IND verstuurde tussen 12 juni en 31 augustus ongeveer 1.310 verzoeken aan andere Europese landen om de verantwoordelijkheid voor een asielzoeker over te nemen of te bevestigen. Voor ongeveer 620 verzoeken kwam een akkoord, voor 470 niet. Bij 220 was nog geen reactie ontvangen. De cijfers zijn afgerond op tientallen.
In dezelfde periode werden ongeveer 340 mensen daadwerkelijk overgedragen aan een ander Europees land. Voor ongeveer 40 van hen dateerde het akkoord over de overdracht van na 12 juni. Dat betekent niet dat ook hun eerste asielaanvraag in Nederland na die datum werd ingediend: de Dienst Terugkeer en Vertrek beschikt bij een overdracht niet over die aanvraagdatum.
De 340 overdrachten zijn dus geen sluitend resultaat van de 1.310 verzoeken. Uit deze cijfers valt niet af te leiden welk deel van de asielzoekers die vanaf 12 juni een aanvraag indienden, inmiddels is overgedragen.
Een overdracht vergt bovendien meerdere stappen, waaronder de reactie van het andere land, een besluit, eventuele beroepsprocedures en het regelen van vervoer. Volgens Van den Brink duurt dat doorgaans meer dan een enkele week. In iedere fase kan vertraging ontstaan of kan een overdracht uitblijven, bijvoorbeeld wanneer iemand vóór het geplande vertrek de opvang verlaat en de bestemming onbekend is.
Ook verblijf niet aan verzoek te koppelen
Het COA kan evenmin aangeven hoeveel mensen uit de gevraagde groep op welke opvanglocatie verblijven. In zijn informatiesysteem staat niet wanneer een overdrachtsverzoek is ingediend en of daarop een reactie is ontvangen. Daardoor kan het de opvanggegevens niet selecteren op verzoeken van na 12 juni.
De minister verwacht dat Europese systemen in de toekomst meer gestructureerde informatie opleveren. Een termijn daarvoor noemt hij in deze antwoorden niet.



