Dat schrijft minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan in antwoorden aan Ines Kostić, Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. Kostić vroeg naar de gevolgen van het verplaatsen van afvalbedrijven naar de groene Vlietzone.

Op 19 juni tekenden betrokken partijen een intentieovereenkomst voor de ontwikkeling van de Binckhorst. Daarin worden de verplaatsing van het afvalcluster en de aanleg van de Vlietlijn als voorwaarden genoemd om een aanzienlijk deel van de woningen te kunnen bouwen. Die overeenkomst bevat volgens de minister geen toezeggingen over rijksbijdragen.

Verschillende scenario’s voor de verplaatsing worden nog onderzocht. Pas na dat onderzoek valt volgens Boekholt-O’Sullivan iets te zeggen over eventuele extra kosten. Welke alternatieven haalbaar en wenselijk zijn, moeten in de eerste plaats de lokale overheden beoordelen. Het Rijk heeft daarin volgens haar een toetsende rol.

Groen erbij, groen eraf

De minister verwacht dat de Binckhorst bij de omschakeling van een versteend bedrijventerrein naar een gebied voor wonen en werken groener wordt. Het beoogde stadspark langs de Trekvliet moet onder meer helpen tegen hittestress en ruimte bieden om te bewegen en elkaar te ontmoeten. Tegelijk erkent zij dat er bij verplaatsing van het afvalcluster groen in de Vlietzone verdwijnt.

De Europese natuurherstelverordening schrijft voor dat er uiterlijk eind 2030 op nationaal niveau geen nettoverlies van stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking in stedelijke ecosysteemgebieden mag zijn ten opzichte van 2024. De minister legt uit dat compensatie daardoor niet per se binnen hetzelfde project of hetzelfde stedelijke gebied hoeft plaats te vinden. Of voor deze plannen nog extra compensatie nodig is, kan zij niet zeggen: daarvoor ontbreken voldoende gegevens en monitoring.

Dat landelijke saldo zegt op zichzelf dus niet waar het vervangende groen komt. De gevolgen voor de natuur ter plaatse worden nog onderzocht. Volgens de minister laat de gemeente een ecologische inventarisatie uitvoeren. Voor ingrepen die beschermde soorten kunnen schaden, wijst zij op de benodigde vergunning van de provincie Zuid-Holland.

De plannen zijn nog geen besluit om de afvalbedrijven naar de Vlietzone te verplaatsen. De gemeente meldt dat er een locatie is gereserveerd en dat de randvoorwaarden in het gebiedsprogramma en het milieueffectonderzoek worden uitgewerkt.