Alle universiteiten hebben de zogeheten deal terms 2.0 uit november 2025 inmiddels onderschreven. De universitair medische centra, de umc’s, kozen voor een eigen alternatief. Dat schrijft minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk in antwoorden aan VVD-Kamerleden Claire Martens-America en Hilde Wendel.
De afspraken gaan over de voorwaarden waaronder bedrijven voortbouwen op kennis uit een universiteit of ziekenhuis. Een spin-off is zo’n nieuw bedrijf uit onderzoek van een kennisinstelling. Hoeveel aandelen de instelling krijgt en wanneer daarover wordt onderhandeld, bepaalt mede hoeveel ruimte overblijft voor andere investeerders.
Een andere verdeling van aandelen
Sterk noemt twee verschillen. De voorwaarden van de umc’s gelden volgens haar pas na de eerste investering. Daardoor hebben ze geen invloed op de eerste onderhandelingen, juist het moment waarop volgens het kabinet het grootste verschil kan worden gemaakt.
Ook krijgen de ziekenhuizen volgens de minister vaak een groter aandelenbelang. Bij de landelijke afspraken ligt het belang van de universiteit na de eerste investering meestal onder 10 procent als een eerste prototype in het laboratorium is getest. Bij de umc-voorwaarden loopt het in die fase volgens Sterk vaak op tot 25 procent. Bij verder ontwikkelde prototypes, bijvoorbeeld bij een eerste klinisch onderzoek bij mensen, noemt zij soms belangen tot 45 procent.
Dat zijn geen vaste percentages voor iedere onderneming. Sterk gebruikt ze om het verschil tussen de voorwaarden te beschrijven. Volgens het kabinet wordt een startup bij een groot belang van het ziekenhuis minder aantrekkelijk voor private investeringen. Het verwacht daardoor minder academische startups dan bij de landelijke afspraken. De antwoorden bevatten geen telling waaruit blijkt dat dit effect al is opgetreden.
De ziekenhuizen voeren daar volgens Sterk tegenover aan dat zij meer in het onderzoek inbrengen dan bijvoorbeeld technische universiteiten. Daarmee gaat het ook om de verdeling van de waarde van onderzoek: het aandeel dat de kennisinstelling behoudt en de ruimte die overblijft om externe investeerders aan te trekken.
De minister beschrijft die spanning, maar kondigt in deze antwoorden geen overstap van de umc’s naar de landelijke afspraken aan. Er loopt een initiatief om de afspraken van universiteiten, ziekenhuizen en andere kennisinstellingen structureel te volgen. Daarbij moeten ook onderhandelingstijden, aandelenbelangen en royalty’s in beeld komen. Over die monitoring wil het kabinet de Kamer in het vierde kwartaal van 2026 verder informeren.



