Kinderen die op zwemles willen, moeten op sommige plekken maanden wachten. Toch wil minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk niet bepalen hoelang dat mag duren. Ook laat zij de gemiddelde wachttijd niet bijhouden. Zij beoordeelt de aanpak van wachtlijsten aan de hand van het aantal kinderen met een zwemdiploma.

Dat antwoord geeft Sterk op vragen van Mohammed Mohandis (PRO), die haar vroeg of zeven maanden wachten aanvaardbaar is. Zo'n wachttijd is volgens haar niet aan de minister om te beoordelen: ouders zijn verantwoordelijk voor zwemles en de lessen worden op een vrije markt aangeboden.

Voor ouders blijft daarmee een concrete vraag onbeantwoord: wanneer kan hun kind terecht? Een diploma dat een kind later haalt, vertelt niet hoeveel maanden het eerder op een plek heeft moeten wachten.

Een aanpak zonder meting van de wachttijd

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de oorspronkelijke aanpak uit 2023 juist was bedoeld om lange wachttijden terug te dringen. In die brief kondigde het ministerie onder meer een proef met zwemles na schooltijd aan, om rustige uren in zwembaden beter te benutten. Ook zou het met de sector bespreken of de maatregelen de wachtlijsten daadwerkelijk verkortten.

Een centraal overzicht van wachttijden ontbrak toen al. Kinderen staan soms op meerdere lijsten of worden ingeschreven voordat zij oud genoeg zijn om te beginnen. Dat maakt een goede meting lastiger. Sterk kiest er nu uitdrukkelijk voor die wachttijd niet periodiek in kaart te brengen. Zo valt met haar gekozen maatstaf niet vast te stellen of kinderen sneller aan zwemles kunnen beginnen.

De minister verdedigt een beperkte wachtlijst omdat aanbieders daarmee instructeurs en zwembadruimte efficiënt kunnen inplannen. Zij noemt geen grens tussen zo'n nuttige planning en te lang wachten.

Een diploma is nog geen gelijke kans

Sterk wijst erop dat het diplomabezit stabiel of licht stijgend is. Dat landelijke beeld laat grote inkomensverschillen bestaan. In het Mulier-onderzoek waarop zij zich beroept, had een derde van de kinderen uit de laagste inkomensgroep geen zwemdiploma. In de hoogste inkomensgroep was dat 5 procent.

Kinderen van 6 tot en met 12 jaar zonder zwemdiploma
GezinsinkomenZonder diploma
Laagste vijfde van de inkomens33%
Hoogste vijfde van de inkomens5%

Dit zijn samengevoegde metingen uit 2020, 2022 en 2024 van het Mulier Instituut. Ze tonen hoe ongelijk diplomabezit verdeeld is; hoelang deze kinderen moesten wachten, is daarin niet onderzocht.

Voor gezinnen met weinig geld bestaat wel hulp. Volgens Sterk betaalt het Jeugdfonds Sport en Cultuur jaarlijks mee aan zwemles voor ongeveer 20.000 kinderen. Boven op de vaste bijdrage is in 2026 tweemaal een half miljoen euro extra beschikbaar gesteld.

Die steun kan de rekening verlichten. Een beschikbare lesplaats levert zij niet vanzelf op. Sterk ziet voor zichzelf geen rol om de lengte van de wachtlijsten te beïnvloeden.