Dat blijkt uit antwoorden van minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen op vragen van Don Ceder en Mirjam Bikker van de ChristenUnie. Zij willen weten of zelfdodingen ook buiten het arbeidsongevallenonderzoek worden onderzocht, zodat daar lessen voor preventie uit kunnen worden getrokken.
Waar het onderzoek ophoudt
Een werkgever moet een arbeidsongeval melden als een werknemer overlijdt, blijvend letsel oploopt of in het ziekenhuis belandt. Soms blijkt tijdens het onderzoek dat de gebeurtenis niet onder die meldplicht valt. Aartsen schrijft dat het onderzoek dan wordt stopgezet en er geen verdere informatie wordt verzameld.
De minister erkent tegelijk dat een zelfdoding op de werkplek verband kan houden met het werk. De inspectie vermeldt onderzochte gevallen daarom apart in haar jaarverslag. Maar een telling geeft nog geen antwoord op de vraag welke omstandigheden bij een overlijden een rol hebben gespeeld, en wat een werkgever daarvan kan leren.
Voor werknemers maakt dat verschil uit. Werkdruk, pesten, discriminatie en conflicten op het werk kunnen bijdragen aan mentale problemen. De wettelijke vraag of iets een arbeidsongeval is, dekt daarmee niet vanzelf de bredere vraag hoe zulke risico’s op de werkvloer kunnen worden verminderd.
Telling over 2024 blijft onverklaard
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt bovendien dat de ministeriële uitleg over 2024 een verschil met het jaarverslag onbesproken laat. In het Jaarverslag 2025 van de Arbeidsinspectie staat uitdrukkelijk dat in 2024 twee slachtoffers door zelfdoding zijn meegerekend als dodelijk arbeidsongeval. Vanaf 2025 worden zelfdodingen apart gerapporteerd.
Aartsen schrijft over die twee gevallen uit 2024 juist dat zij niet als arbeidsongeval zijn aangemerkt. Dat iets in een telling is meegenomen, hoeft niet hetzelfde te zijn als de uiteindelijke beoordeling van het geval. Hoe de telling en die beoordeling zich hier tot elkaar verhouden, legt het antwoord niet uit.
Wel gesprekken, geen nieuw gericht onderzoek
Ceder en Bikker vragen ook om de relatie tussen werk en zelfdoding nader in kaart te brengen, samen met de inspectie, werkgevers, werknemers en 113 Zelfmoordpreventie. Aartsen verwijst naar bestaand overleg over mentale gezondheid op het werk en naar een richtlijn voor bedrijfsartsen. Hij is bereid met 113 informatie uit te wisselen. Een nieuw onderzoek dat specifiek op werk en zelfdoding is gericht, kondigt hij niet aan.
Werkgevers hebben al de plicht om schadelijke werkdruk en ongewenst gedrag te voorkomen of te beperken. Zij moeten de risico’s inventariseren en maatregelen nemen. De factsheet van 113 over werk en suïcidaliteit noemt steun van collega’s en leidinggevenden en het aanpakken van ongewenst gedrag als beschermende factoren.
Op het overheidsplatform Arboportaal staat volgens de minister nog geen specifieke informatie over suïcidepreventie. Hij vindt het bestaande aanbod, waaronder de informatie van 113, voldoende en wil bespreken of die informatie ook op Arboportaal kan komen. Voor werkgevers en werknemers levert dat voorlopig een bereidheid tot overleg op. Welke aanvullende lessen uit de onderzochte zelfdodingen worden getrokken, maakt het antwoord niet duidelijk.
