Een extra landelijke publiekscampagne tegen het westnijlvirus komt er niet. Minister van Volksgezondheid Sophie Hermans vindt de bestaande voorlichting van GGD’en en het RIVM voldoende. Tegelijk waarschuwt zij dat Nederland ook in de toekomst rekening moet houden met besmettingen.
Het virus wordt overgebracht door de gewone huissteekmug. Het RIVM meldde op 8 oktober 59 patiënten die het virus in Nederland hadden opgelopen. Tien patiënten met een infectie waren overleden. Bij de meeste gemelde patiënten werd het virus vastgesteld na een ziekenhuisopname. De aantallen betreffen vastgestelde infecties: mensen zonder klachten of met lichte klachten worden vaak niet getest.
Hermans beantwoordde vragen van D66-Kamerlid Marc Vervuurt over bescherming tegen het virus, de bloedveiligheid en de voorbereiding op nieuwe besmettingen. Haar antwoorden, ontvangen op 8 oktober, gebruiken nog de stand van 1 oktober: 56 patiënten en negen overlijdens. De latere RIVM-update laat zien dat nieuwe meldingen blijven komen, maar dat de wekelijkse toename afneemt.
Weinig vragen bij de GGD als signaal
De minister wijst op bestaande publieksinformatie, vragen en antwoorden op de RIVM-site, sociale media en wekelijkse nieuwsberichten. Plaatselijke GGD’en bepalen hoe intensief zij mensen informeren, afhankelijk van de situatie in hun regio. Een aanvullende nationale campagne vindt zij daarom niet nodig.
De ambtelijke nota bij de antwoorden vermeldt dat er regelmatig media-aandacht is, maar geen signalen van GGD’en dat zij veel vragen van inwoners krijgen. Het ministerie ziet daarin weinig gemelde onrust. Cijfers over hoeveel mensen met een verhoogd risico door de voorlichting worden bereikt, geeft de beantwoording niet.
Juist voor die groep doet preventie ertoe. Mensen boven de vijftig en mensen met een verminderde afweer door ziekte of medicijnen lopen volgens het RIVM meer kans om ernstig ziek te worden. Voor mensen is geen vaccin beschikbaar en er is geen medicijn dat het virus zelf bestrijdt. Bij ernstige ziekte is ziekenhuiszorg nodig.
De bescherming rust dus sterk op het voorkomen van muggenbeten en op tijdige herkenning door artsen. Het RIVM adviseert onder meer bedekkende kleding, horren en muggenwerende middelen. De GGD en het RIVM moeten zorgen dat zulke informatie beschikbaar is; de uitvoering in en rond het huis komt vervolgens bij mensen zelf terecht.
Minder nieuwe meldingen, uitbraak nog niet voorbij
| Update | Patiënten |
|---|---|
| 3 september | 9 |
| 24 september | 44 |
| 8 oktober | 59 |
De laatste week kwamen er drie nieuwe patiënten bij, na twaalf in de week daarvoor. Zij raakten besmet door een muggenbeet. De meeste vastgestelde besmettingen zijn gemeld in Zuid-Holland en Utrecht. Het RIVM volgt ook infecties bij vogels, paarden en muggen om te zien waar het virus rondgaat.
De overleden patiënten zijn niet allemaal aantoonbaar door het westnijlvirus overleden. Bij één patiënt was het virus overgedragen via een bloedtransfusie; die persoon had ook een andere aandoening. Het kabinet zegt niet te kunnen vaststellen welke rol de infectie bij dat overlijden speelde.
Landelijke bloedcontrole is al uitgebreid
Bij de bloedvoorziening is wel een landelijke maatregel genomen. Sanquin test sinds 18 september in heel Nederland donaties van bloed, bloedplaatjes en plasma voor directe transfusie. In Groningen, Drenthe en Friesland worden donaties samen in kleine groepen getest. In de overige provincies worden donaties afzonderlijk onderzocht.
Die drie noordelijke provincies zijn dus niet uitgesloten van controle. De testvorm verschilt omdat daar volgens het gepubliceerde beleid nog geen infecties bij mensen of dieren waren gevonden. Plasma dat tot geneesmiddelen wordt verwerkt, valt buiten deze screening: bij de productie wordt het virus onwerkzaam gemaakt.
De extra testen begonnen op 14 augustus, nadat onderzoek het virus in donorbloed had gevonden. Sanquin had ook na de Nederlandse besmettingen in 2020 een screening ingevoerd, maar stopte daarmee eind 2021 toen verdere infecties uitbleven. De huidige controles zijn daarmee een hernieuwde bescherming tegen een terugkerend risico.
Voor het einde van 2026 moeten de NVWA en het RIVM een draaiboek voor de bestrijding van inheemse muggen opleveren. Grootschalige inzet van bestrijdingsmiddelen adviseert het RIVM nu niet, vanwege risico’s voor mens en milieu. Voorlichting, muggenbeten voorkomen en bloedcontrole blijven voorlopig de voornaamste maatregelen.
