Van de zeven grote waterstofprojecten die eind 2022 samen €783,5 miljoen subsidie toegezegd kregen, zijn er vier gestopt. Geen van de installaties uit deze ronde is volgens de huidige kabinetsopgave operationeel. De drie overgebleven projecten moeten samen nog ongeveer de helft van de oorspronkelijk geplande productiecapaciteit realiseren.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat 550 van de oorspronkelijke 1.150 megawatt aan geplande capaciteit is weggevallen: bijna 48 procent. We vergeleken de toezeggingen in het jaarverslag over 2022 met de huidige projectlijst van minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66). Het gaat om installaties die met elektriciteit water splitsen om waterstof te maken. Hernieuwbare waterstof moet de industrie minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen.
Wat bleef over van de zeven projecten?
| Project | Geplande capaciteit | Huidige status volgens het kabinet |
|---|---|---|
| Shell: Holland Hydrogen 1 | 200 MW | Grotendeels gereed, nog niet operationeel |
| Air Liquide: ELYgator | 200 MW | Investeringsbesluit genomen |
| Air Liquide: CurtHyl | 200 MW | In voorbereiding, nog geen definitief investeringsbesluit |
| HyCC: H2ermes | 100 MW | Gestopt |
| HyCC: H2Fifty | 250 MW | Gestopt |
| Ørsted: Haddock | 100 MW | Gestopt |
| Engie: HyNetherlands | 100 MW | Gestopt |
De lijst bevat plannen met verschillende voortgang. Voor ELYgator is de einddatum verschoven van eind 2026 naar eind 2027. CurtHyl mikt nu op september 2028 in plaats van eind 2027. Shell verwacht op zijn eigen projectpagina in 2027 te beginnen met het in bedrijf stellen van Holland Hydrogen 1. In de ministeriële lijst staat voor dat project nog de oorspronkelijke geplande einddatum van juni 2025.
Holland Hydrogen 1 moet fossiel geproduceerde waterstof vervangen bij Shell Pernis. Het is ook het project dat centraal stond bij het werkbezoek aan Shell waarover Het Bericht eerder berichtte.
Toegezegd geld is niet allemaal uitgegeven
Voor de drie overgebleven projecten staat gezamenlijk ruim €439 miljoen aan subsidie. Daarvan staat volgens Van Veldhoven nog bijna €290 miljoen als openstaande verplichting op de begroting. Het gaat dus voor een groot deel om geld dat nog moet worden betaald.
Bij drie gestopte projecten is de subsidie op nul vastgesteld. Bij het gestopte project van Engie is een bedrag van bijna €1,9 miljoen vastgesteld, tegenover een eerdere toezegging van ruim €113 miljoen. De oorspronkelijke €783,5 miljoen is daarmee geen bedrag dat volledig is uitgekeerd en verloren.
Het onderscheid is belangrijk voor de verantwoording van gemeenschapsgeld. Een subsidiebesluit laat zien wat de overheid wil ondersteunen. Voor het klimaat telt uiteindelijk hoeveel installaties werkelijk draaien en hoeveel fossiele waterstof zij vervangen. Die resultaten zijn voor deze ronde nog niet geleverd.
Ook de marktvoorwaarden bleven achter
De uitval was al zichtbaar in de tussentijdse evaluatie die Trinomics in juni 2026 afrondde, met april als peildatum. De onderzoekers wijzen vooral op gestegen kosten, onzekere afzet, ontbrekende infrastructuur en wisselend beleid. De regeling hielp projecten op gang, maar bood weinig ruimte om ze na de subsidietoekenning aan veranderde omstandigheden aan te passen.
Dat maakt meer subsidie niet vanzelf voldoende. Fabrieken hebben ook afnemers, betaalbare stroom en verbindingen nodig om waterstof te vervoeren. Het kabinet wil de afzet stimuleren met verplichtingen voor industrie en vervoer. Voor een volgende grote productieronde is €780 miljoen gereserveerd. Wie een gesubsidieerd project niet bouwt, moet volgens de minister de subsidie terugbetalen.
Van Veldhoven verstrekte de projectcijfers op vragen van Mona Keijzer. Op de vraag hoeveel subsidie nog nodig is voordat waterstofproductie zonder specifieke steun kan concurreren, geeft zij geen bedrag of eindjaar. Dat hangt volgens haar mede af van de keuze hoeveel raffinage en chemie Nederland wil behouden en vergroenen.
