Bij verpleeghuis De Vlasgaard in Valkenswaard bleek het moeilijk de zorg snel weer op peil te brengen, ook nadat inspectie en zorgkantoor zich intensief met de problemen hadden bemoeid. Dat staat in een op 13 oktober openbaar gemaakte notitie van het ministerie van Volksgezondheid. Families hadden het zorgkantoor al sinds het voorjaar van 2025 gewaarschuwd.

De notitie van 2 oktober is stelliger over het moeizame herstel dan de antwoorden die minister Mirjam Sterk nu geeft. Daarin noemt zij het optreden van het zorgkantoor actief en met toenemende inzet. Op de vraag of gebreken in de medicatieveiligheid en het melden van incidenten volledig zijn verholpen, geeft zij geen stand van zaken. Zij verwijst naar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), die op het herstel moet toezien.

Een verbeterplan stopte de meldingen niet

De Vlasgaard is onderdeel van zorgorganisatie Valkenhof. Volgens de informatie die zorgkantoor CZ aan Sterk verstrekte, kwamen vanaf het voorjaar van 2025 meerdere samenhangende signalen van verschillende families binnen. Het zorgkantoor sprak met de bestuurders en bezocht de locatie. Valkenhof schakelde de inspectie en het Centrum voor Consultatie en Expertise in, dat helpt bij complexe zorgvragen.

In augustus 2025 spraken zorgkantoor en instelling een verbeterplan af. De signalen hielden aan. In oktober 2025 sprak het zorgkantoor rechtstreeks met vertegenwoordigers van meerdere families. Daarna volgden onder meer locatiebezoeken, voortgangsoverleg, afstemming met de inspectie en een melding bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Bij een onaangekondigd inspectiebezoek in februari 2026 scoorde De Vlasgaard op zeven van de acht onderzochte kwaliteitsnormen onvoldoende, schrijft het ministerie in de notitie. De instelling kreeg een termijn om de gebreken te herstellen. Sterk erkent nu dat die termijn vier maanden bedroeg. In de openbare inspectiezoeker staat het rapport van dat bezoek, gepubliceerd op 29 mei; bij raadpleging op 13 oktober stond er geen nieuw rapport over De Vlasgaard.

Die tijdlijn maakt zichtbaar hoe lang signalen over de kwaliteit van de zorg bleven terugkomen. Overleg en verbeterplannen zijn nodig, maar voor bewoners telt of zij iedere dag kunnen rekenen op hulp, veilige medicatie en medewerkers die problemen herkennen. Mensen met vergevorderde dementie kunnen hun zorg niet zelf bewaken of een verslechtering gemakkelijk aan de orde stellen.

Andere taken, dezelfde zorgplicht

De zaak kwam in september in het nieuws door een bericht in het AD over ernstige tekortkomingen die familieleden beschreven. PVV-Kamerlid Vicky Maeijer vroeg onder meer naar de inzet van leefgroepondersteuners zonder zorgopleiding en naar het optreden na de klachten.

Sterk staat achter het verdelen van werk tussen verpleegkundig personeel en medewerkers voor welzijn en dagelijkse ondersteuning. Zij ziet dat als een antwoord op personeelstekorten. De instelling blijft wel verantwoordelijk voor geschikte medewerkers, veilige zorg en het naleven van de kwaliteitseisen. De verantwoordelijkheid voor wat iemand kan uitvoeren, verdwijnt dus niet wanneer een functie anders wordt genoemd of taken worden verplaatst.

Juist bij bewoners die volledig op anderen zijn aangewezen, moet een nieuwe werkwijze aantoonbaar aan die eisen voldoen. Een personeelsprobleem binnen de organisatie mag niet bij de bewoner terechtkomen als gemiste verzorging of onveilige hulp.

Geen concrete datum voor de herstelcontrole

De minister vindt dat het zorgkantoor met oplopende inzet op de signalen reageerde. Of het voldoende en op tijd handelde, laat zij aan de NZa, die toezicht houdt op de zorgplicht van zorgkantoren. Een oordeel van die toezichthouder vermeldt zij niet.

De IGJ gaat volgens Sterk in zulke situaties in beginsel terug om de verbeteringen te toetsen, doorgaans na de hersteltermijn. Zij noemt voor De Vlasgaard geen datum of uitkomst van zo'n controle. Een vervolgrapport zal de inspectie in principe openbaar maken. Welke verbeteringen inmiddels voor bewoners zijn bereikt, blijft in deze antwoorden onbenoemd.