Een voorschot kan voorkomen dat iemand zonder inkomen raakt. Het geeft nog geen definitief antwoord op de vraag of die persoon recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Juist dat onderscheid blijft open in het plan om de dwangsom bij te late WIA-besluiten tijdelijk uit te schakelen: voor het eenvoudige drukmiddel ligt geen vervanging klaar.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hans Vijlbrief heroverweegt inmiddels of hij het plan noodzakelijk en uitlegbaar vindt. In antwoorden aan Kamerlid Hidde Heutink van Groep Markuszower erkent hij dat de maatregel de rechtsbescherming aantast. De dwangsom is nog van kracht.

Als UWV een aanvraag of bezwaar te laat afhandelt, kan de aanvrager schriftelijk melden dat de beslistermijn is verstreken. Beslist UWV vervolgens niet binnen twee weken, dan gaat een dagelijkse vergoeding lopen, tot maximaal €1.442. Daarvoor is geen rechter nodig. Het ontwerp uit juni zou deze regeling voor nieuwe WIA-aanvragen en bijbehorende bezwaren tijdelijk buiten werking stellen.

Inkomen overbruggen is geen besluit afdwingen

Heutink vroeg welk laagdrempelig middel mensen dan overhouden, behalve een procedure bij de bestuursrechter. Vijlbrief verwijst naar informatie over de wachttijd en naar voorschotten op de uitkering. Een nieuw middel om een besluit af te dwingen noemt hij niet.

Die twee voorzieningen doen ander werk. Wachttijdinformatie maakt onzekerheid beter voorspelbaar. Een voorschot helpt de periode na het stoppen van loon of een Ziektewet-uitkering financieel te overbruggen. Het definitieve recht op een WIA-uitkering en de hoogte daarvan blijven ondertussen onbeslist.

UWV vordert zo'n voorschot doorgaans niet terug wanneer iemand uiteindelijk geen WIA of WW krijgt en geen andere inkomsten heeft. Er gelden wel voorwaarden: verzwegen inkomsten of het niet aanvragen van WW kunnen bijvoorbeeld tot terugbetaling leiden. Het voorschot beschermt dus het inkomen, maar vervangt de rechtsbescherming tegen een te laat besluit niet.

De gang naar de bestuursrechter blijft bestaan, ook in het ontwerp. Die kan UWV een beslistermijn opleggen met een rechterlijke dwangsom. Een advocaat is niet verplicht en de zaak kan zonder zitting worden behandeld. Maar de aanvrager moet wel zelf een procedure beginnen en betaalt daarvoor in beginsel griffierecht. Dat is een extra stap voor iemand die langdurig ziek is en al op duidelijkheid wacht.

Besparen bij UWV kan werk naar de rechter verschuiven

Vijlbrief stelt dat een financiële prikkel weinig helpt als UWV door een tekort aan capaciteit niet sneller kan beslissen. Het afhandelen en betalen van dwangsommen kost volgens hem mensen en geld die beter naar de uitvoering kunnen gaan. Het ontwerp zegt zelf dat de maatregel de achterstanden niet vermindert. Daarvoor zijn veranderingen in de organisatie en het arbeidsongeschiktheidsstelsel nodig.

De Raad voor de rechtspraak adviseerde in augustus om het voorstel niet in te dienen. Volgens de Raad hoort de overheid te investeren in een uitvoering die haar termijnen haalt. Zolang een gelijkwaardig alternatief ontbreekt, vermindert het schrappen van de dwangsom de bescherming van mensen die op een besluit wachten.

De Raad verwacht bovendien meer procedures: wie de eenvoudige dwangsomroute verliest, heeft eerder reden om naar de rechter te stappen. In zijn advies raamt hij de extra kosten voor de rechtspraak op €270.000 in het eerste jaar en €200.000 per volgend jaar zolang de tijdelijke regeling geldt.

Daarmee gaat de afweging verder dan de rekening van UWV. Als de overheid minder betaalt voor te late besluiten, maar zieke aanvragers vaker zelf een rechtszaak moeten beginnen, verschuift een deel van de last naar mensen die juist op publieke zekerheid zijn aangewezen. De resterende bescherming vraagt dan meer inspanning van hen en meer capaciteit van de rechtbanken.

Tijdelijk, maar zonder meetbare eindgrens

Ook de duur blijft onbepaald. Het ontwerp bevat geen vaste einddatum. De dwangsom moet terugkeren zodra UWV weer tijdig kan beslissen; het kabinet bepaalt dat moment bij een afzonderlijk besluit. De Raad vindt die omschrijving te ruim en vraagt om een duidelijke grens.

De nieuwe antwoorden vullen die grens niet in. Vijlbrief kan niet aangeven wanneer UWV de dwangsom weer als effectief middel kan gebruiken. Concrete, meetbare criteria noemt hij evenmin. Hij neemt de vraag hoe de tijdelijkheid wordt begrensd mee in zijn heroverweging.

Dat speelt tegen een langdurig probleem. In juni raamde het ministerie dat de achterstand bij WIA-aanvragen in 2030 kan oplopen tot ongeveer 100.000 tot 150.000. Die prognose maakt een toetsbare eindgrens des te belangrijker: zonder die grens blijft onduidelijk hoelang wachtende aanvragers hun eenvoudige drukmiddel zouden moeten missen.