De Amerikaanse presentator Tucker Carlson waarschuwt in een bericht van 2 november dat president Donald Trump binnen enkele dagen over een kernaanval op Iran zou kunnen beslissen. Hij beroept zich op niet bij naam genoemde bronnen. Zijn bericht toont geen vastgesteld Amerikaans besluit tot zo'n aanval.
Het roept wel een concrete Nederlandse vraag op: hoort ons kabinet het vóór de aanval, zodat het kan proberen die te voorkomen en mensen kan beschermen?
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat Nederlandse inspraak binnen de NAVO niet hetzelfde is als zeggenschap over zelfstandig Amerikaans kernwapengebruik. We vergeleken openbare NAVO-documenten met Nederlandse Kamerstukken en de Amerikaanse beschrijving van de beslisprocedure.
Meepraten binnen de NAVO
Nederland zit in de Nuclear Planning Group, het overleg waarin NAVO-landen over hun nucleaire beleid besluiten. Alleen Frankrijk neemt daar niet aan deel. Besluiten worden gezamenlijk genomen: geen enkel deelnemend land mag bezwaar hebben.
Dat is wezenlijke Nederlandse invloed. Het kabinet legde in antwoorden aan de Tweede Kamer in 2020 uit dat voor nucleaire besluitvorming binnen de NAVO ook Nederlandse instemming nodig is. Nederland levert bovendien zelf gevechtsvliegtuigen voor de nucleaire taak van het bondgenootschap.
Maar die gezamenlijke besluitvorming omvat niet iedere Amerikaanse militaire operatie. De NAVO beschrijft de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ook als afzonderlijke centra die over hun eigen nucleaire inzet beslissen. Een Amerikaanse president kan dus een eigen besluit nemen. Nederland heeft daar geen algemeen vetorecht over.
De Amerikaanse president beslist
De onderzoeksdienst van het Amerikaanse Congres, de Congressional Research Service, zet de bevoegdheid scherp uiteen: de president kan als enige het gebruik van Amerikaanse kernwapens autoriseren. Hij heeft daarvoor geen afzonderlijke instemming van het Congres of zijn militaire leiding nodig.
Dat de president beslist, maakt niet ieder bevel rechtmatig. Militairen zijn verplicht rechtmatige bevelen op te volgen; ook kernwapengebruik moet voldoen aan het oorlogsrecht.
Voor overleg met bondgenoten haalt de onderzoeksdienst het Amerikaanse defensiehandboek aan. De president kan hen tijdens de besluitvorming raadplegen, afhankelijk van de crisissituatie. Die formulering belooft geen telefoontje aan ieder bondgenoot vóór iedere inzet.
Vooraf waarschuwen, overleggen en toestemming vragen zijn drie verschillende dingen. Nederland kan ergens van horen zonder erover te mogen beslissen. En Amerikaanse bevoegdheid om zelf te beslissen sluit voorafgaand overleg niet uit.
Rutte verdedigde eerdere geheimhouding
Hoe zwaar de behoefte aan geheimhouding kan wegen, bleek eerder dit jaar bij de aanvallen op Iran zonder kernwapens. Premier Rob Jetten zei op 6 maart volgens de NOS dat andere landen vooraf niet waren geïnformeerd of geraadpleegd.
NAVO-chef Mark Rutte gaf op 26 maart zelf een verklaring: Washington wilde de operatie geheimhouden. Meer landen informeren betekende volgens hem een groter risico op lekken. Hij sprak daar begrip voor uit.
Dat bewijst niet dat bij kernwapens dezelfde afweging wordt gemaakt. Het laat wel zien dat bondgenoot zijn op zichzelf geen waarborg is om vooraf te worden ingelicht over een Amerikaanse aanval op Iran.
Welke afspraken blijven geheim?
De precieze nucleaire overlegprocedures zijn geheim. Dat schreef het Nederlandse kabinet al in 2020. Ook in antwoorden van 7 oktober dit jaar hield Defensie vast aan informatieverstrekking over nucleaire samenwerking voor zover de geheimhouding dat toestaat.
Daar zit een democratisch probleem. De Nederlandse regering draagt verantwoordelijkheid voor de veiligheid van Nederlanders en moet zich daarover tegenover de Kamer verantwoorden. Toch blijft buiten het zicht van het publiek op welk moment het kabinet wordt betrokken bij een mogelijk Amerikaans besluit tot kernwapengebruik tegen Iran.
Voor burgers in Iran staan levens op het spel. Voor Nederland bepaalt tijdige informatie onder meer of het kabinet nog kan proberen de aanval langs diplomatieke weg tegen te houden en Nederlanders in de regio kan waarschuwen.
