Voor naar schatting 3.600 ouders die zijn gedupeerd door de toeslagenaffaire moet op korte termijn iemand worden gevonden om hun persoonlijke schadeverhaal vast te leggen. Dat schrijft staatssecretaris Herstel Toeslagen Sandra Palmen-Schlangen in haar versnellingsbrief. Die hulp is een stap in de route van Stichting (Gelijk)waardig Herstel, waarmee ouders compensatie voor aanvullende schade kunnen krijgen.

Palmen erkent in haar antwoorden aan Kamerlid Nicole Moinat, van Groep Markuszower, langere wachttijden rond Amsterdam, Rotterdam, Haaglanden en Almere. Daar zijn te weinig zogenoemde luisterend schrijvers. Zij helpen ouders optekenen wat de toeslagenaffaire in hun leven heeft aangericht. Een tekort aan die mensen vertraagt de stap van aanmelden naar het uitwerken van het verhaal.

Beginnen is nog niet verder komen

Moinat vroeg naar een wachttijd van 180 dagen bij de stichting. Palmen bestrijdt dat ouders overal zo lang moeten wachten voordat hun aanvraag wordt behandeld: zij kunnen wekelijks aansluiten bij een digitale startbijeenkomst. In de meeste regio's volgt volgens haar snel een koppeling aan een schrijver.

Maar een startbijeenkomst en hulp bij het eigen verhaal zijn verschillende stappen. Juist bij die koppeling zitten de regionale tekorten die Palmen bevestigt. De mogelijkheid om alvast digitaal te beginnen neemt die wachttijd niet weg. Hoe lang ouders in elk van de vier regio's nu wachten, vermeldt ze in haar antwoorden niet.

De stichting wees in september zelf op de grotere vraag rond die steden. Zij vroeg schrijvers hun reisafstand te verruimen of deels online te werken. In haar uitleg over de werkwijze staat dat een koppeling rekening houdt met postcode en reisafstand. Zo werkt een plaatselijk tekort rechtstreeks door in het moment waarop een ouder geholpen kan worden.

Een voorstel is nog geen afronding

Het ministerie en de stichting gaan samen extra schrijvers werven. Ook moet de capaciteit voor het berekenen van schade meegroeien. Het kabinet wil alle gedupeerde ouders die recht hebben op aanvullende schadecompensatie uiterlijk eind 2027 een voorstel voor afronding doen.

Dat doel gaat over een voorstel. Het belooft niet dat iedere ouder dan al akkoord is, het geld heeft ontvangen en de financiële afwikkeling achter zich heeft. Palmen erkent in haar brief van 12 oktober dat volledige afronding voor een deel van de ouders ook met de maatregelen niet zal lukken. Zij noemt onder meer de mentale belasting en ouders die juridische procedures na elkaar willen doorlopen.

De extra hulp en snellere behandeling zijn nodig, maar de agenda van de overheid en het herstel van ouders lopen daarmee niet vanzelf gelijk. Een zorgvuldig vastgelegd verhaal kan voor ouders ook erkenning betekenen. Palmen wil daarom dat zij dat verhaal kunnen blijven opstellen, ook als zij via een andere beoordeling verdergaan.

De overheid blijft aan zet

Palmen wil ouders beter informeren over wachttijden en alternatieven. Volgens haar brief heeft de overheidsroute MijnHerstel op dit moment ruimte om meer ouders te helpen. Zij kondigt aan actuele informatie periodiek te publiceren, zodat ouders hun route kunnen kiezen en zo nodig kunnen overstappen.

Daarmee krijgen ouders meer keuze, maar het tekort oplossen blijft een opgave voor de herstelorganisaties en de overheid. Het gaat om compensatie voor aangedaan onrecht. Hoe snel een ouder daarbij hulp krijgt, hoort niet afhankelijk te worden van een toevallig gunstige postcode of van het vermogen zelf een weg door verschillende routes te vinden.

Uiterlijk 1 april 2027 beoordeelt Palmen of het doel voor eind 2027 haalbaar blijft. Als de maatregelen onvoldoende opleveren, wil zij ingrijpender bijsturen.