Dat blijkt uit de voortgangsbrief die minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven-van der Meer op 25 september samen met staatssecretarissen Jo-Annes de Bat en Annet Bertram naar de Kamer stuurde. De onderhandelingen lopen door tot een nieuwe streefdatum van 1 maart 2027. Dat is de datum voor een akkoord, niet voor de uitvoering van de fabrieksplannen.
Het kabinet hield in het voorjaar al vast aan steun na een kritische brief van 117 economen. In de op 12 oktober op Officiële bekendmakingen gepubliceerde antwoorden aan Volt-Kamerlid Laurens Dassen noemen Van Veldhoven en De Bat de maatwerkafspraak de snelste route naar klimaat- en gezondheidswinst. Die antwoorden zijn ontvangen op 2 april. Inmiddels staat in de septemberbrief dat het voltooien van alle projecten in 2030 door de vertraging niet langer haalbaar is.
De gezondheid wacht niet op de onderhandelingen
Voor omwonenden gaat het om wat zij in hun eigen leefomgeving merken: minder blootstelling aan schadelijke stoffen en minder hinder door geur, geluid en stof. Het kabinet koppelt die verbetering aan behoud van staalproductie en werkgelegenheid in de IJmond. Dat vraagt meer dan een overeenkomst over geld. Er moet vaststaan welke vervuiling wanneer afneemt en wie controleert of Tata de beloften nakomt.
Daar loopt ook een ander traject naast. Noord-Holland en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied bereiden intrekking van de vergunningen van de twee kooksgasfabrieken voor. De septemberbrief noemt structurele overschrijdingen van milieunormen als aanleiding. Sluiting kan de gezondheidsrisico’s verminderen, maar verandert ook Tata’s productieplanning en financiële vooruitzichten. Juist die gevolgen moeten nog in de afspraken worden verwerkt.
Het kabinet meldt dat eventuele extra kosten door eerdere sluiting voor rekening van het bedrijf zijn. Voor de sluiting van de kooksgasfabrieken is geen maatwerksubsidie voorzien. Handhaving van bestaande normen en betaling voor extra verduurzaming zijn daarmee afzonderlijke routes. De subsidieonderhandelingen nemen Tata’s verplichting om zich aan milieuregels te houden niet weg.
Twee miljard is gereserveerd, de voorwaarden zijn nog niet af
De staat heeft maximaal twee miljard euro voor de maatwerksubsidie gereserveerd. De totale investering wordt in de septemberbrief geraamd op vier tot 6,5 miljard euro, waarvan Tata zelf twee tot 4,5 miljard moet investeren.
Pas na een definitieve afspraak moet de subsidie stap voor stap worden uitbetaald, gekoppeld aan vooraf vastgelegde mijlpalen. Bij niet nagekomen voorwaarden kunnen bedragen worden teruggevorderd. Over die precieze mijlpalen en voorwaarden wordt nog onderhandeld. Ook het formele Europese staatssteunproces moet nog worden doorlopen.
Die verdeling van risico’s is van belang voor iedereen die de steun financiert. De adviescommissie voor verduurzaming van de industrie wees in haar advies van september 2025 op de afhankelijkheid van staalprijzen, energiekosten en eigen kasstromen. Zij adviseerde de inzet van het moederbedrijf vast te leggen en Tata eerst zelf te laten investeren voordat de overheid betaalt. Het bedrijf moet de risico’s ook daadwerkelijk kunnen dragen; een afspraak op papier financiert geen tegenvaller.
Ook de alternatieven verdienen een vergelijking
De economen die Dassen aanhaalde, pleiten voor andere besteding van geld, netcapaciteit en technisch personeel. Zij noemen onder meer netverzwaring, omscholing en Europese aanbesteding van schoner staal. In zijn antwoord van april stelt het kabinet dat zij geen concrete alternatieven aandragen, behalve geen subsidie geven. De oorspronkelijke brief bevat die voorstellen wel.
Het kabinet heeft inhoudelijke bezwaren tegen zo’n Europese aanbesteding: die zou op zichzelf onvoldoende zijn om de investeringen los te trekken en lost de lokale gezondheidsproblemen niet op. Ook wijst het op de ligging aan zee en de bestaande infrastructuur. Dat zijn argumenten voor de gekozen route. Ze beantwoorden nog niet hoeveel maatschappelijke winst een andere inzet van dezelfde schaarse middelen zou opleveren.
De herziene planning, de definitieve uitbetalingsvoorwaarden en de verdeling van financiële risico’s moeten bij het uiteindelijke akkoord duidelijk worden. Het kabinet noemt ook 1 maart 2027 een ambitieus tijdpad. Vanaf die datum kunnen partijen de intentieverklaring zonder opgave van redenen opzeggen; het is geen harde deadline voor een ondertekende overeenkomst.
