Veroordeelde vreemdelingen kunnen vóór het einde van hun celstraf Nederland verlaten, onder de voorwaarde dat ze niet terugkomen. Van begin 2021 tot en met september 2026 registreerde de Dienst Terugkeer en Vertrek ongeveer 1.860 aantoonbare vertrekken na zo’n strafonderbreking. Hoeveel betrokkenen eerder een asielvergunning hadden, blijkt niet uit die cijfers.
Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink geeft de aantallen op verzoek van CDA-Kamerlid Jeltje Straatman. Zij vroeg naar de Nederlandse praktijk na een Nieuwsuurreportage over het sneller uitzetten van veroordeelde statushouders in Duitsland. De minister schrijft dat de eerdere verblijfsstatus en de duur van de opgelegde celstraf niet uit de geautomatiseerde systemen zijn te halen.
Een vertrekcijfer is nog geen cijfer over statushouders
De regeling geldt voor veroordeelde vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven. Daar kunnen mensen bij zitten van wie de asielvergunning is ingetrokken, maar ook mensen die nooit statushouder zijn geweest. Zolang iemand rechtmatig verblijf heeft, kan deze regeling volgens de minister niet worden gebruikt. Bij een statushouder moet eerst afzonderlijk worden beoordeeld of diens verblijfsrecht kan worden beëindigd.
Dat onderscheid raakt de politieke belofte achter de vragen. Het kabinet wil lessen trekken uit de Duitse aanpak, maar de nieuwe aantallen laten niet zien hoeveel voormalige statushouders de bestaande Nederlandse regeling bereikt. Ook is niet af te leiden hoeveel jaar celstraf in de betrokken gevallen nog resteerde. Daarmee blijven zowel het bereik binnen die groep als de omvang van de onderbroken straf buiten beeld.
De meeste vertrekken waren gedwongen
De dienst splitst de aantoonbare vertrekken wel uit naar gedwongen en zelfstandig vertrek. Over de hele periode ging het in ruim acht van de tien gevallen om gedwongen vertrek.
| Soort vertrek | Aantal |
|---|---|
| Gedwongen vertrek | 1.610 |
| Zelfstandig vertrek | 250 |
| Totaal | 1.860 |
De aantallen zijn afgerond op tientallen. Het gaat om geregistreerde vertrekken, niet om een telling van voormalige statushouders.
Hier is de uitreis daadwerkelijk vastgesteld. Dat verschilt van vertrekregistraties waarbij iemand alleen uit het zicht van de overheid is geraakt.
Het Duitse voorbeeld telt iets anders
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de Nederlandse vertrekcijfers geen rechtstreekse vergelijking met de Duitse speciale aanpak opleveren. We legden de antwoorden naast de officiële beschrijving van Baden-Württemberg. De speciale eenheid daar bestaat sinds 2018 en richt zich op onder meer veelplegers en mensen die de veiligheid bedreigen. Zij zoekt bijvoorbeeld uit wie iemand werkelijk is en brengt politie, justitie en migratiediensten bij elkaar om vertrek mogelijk te maken.
De Nederlandse tabel telt daarentegen vertrekken via één juridische regeling voor het onderbreken van een celstraf. De Duitse eenheid en die Nederlandse regeling vallen dus niet samen. Van den Brink kan nog niet vaststellen welke onderdelen van de Duitse aanpak een verbetering zijn. Hij heeft de Kamer een aparte brief beloofd vóór de begrotingsbehandeling van zijn ministerie.
Bij de Nederlandse regeling blijft de opgelegde straf staan. Keert iemand terug, dan kan het resterende deel alsnog worden uitgevoerd zolang dat recht niet is verjaard. Volgens de minister worden bij de beslissing ook de belangen van slachtoffers en nabestaanden betrokken. Het gaat om een afweging over straf, vertrek en veiligheid, niet alleen om het opvoeren van een vertrektotaal.
