Onzekerheid over wonen naast bespoten landbouwgrond leidt tot twee tegengestelde keuzes. RIVM en Wageningen University & Research willen onderzoeken of een rekenmethode gemeenten voldoende nauwkeurig kan helpen. Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw geeft daar geen opdracht voor, juist omdat hij twijfelt aan de betrouwbaarheid van de uiteindelijke uitkomst.

De Kamercommissie voor Landbouw vroeg de onderzoekers op 7 oktober zelf om een reactie. Zij wil weten hoe zij de argumenten van Erkens beoordelen, ook vanuit de verantwoordelijkheid van de overheid voor de volksgezondheid. De commissie vraagt tevens hoe snel het vervolgonderzoek klaar zou kunnen zijn.

Diezelfde dag werden antwoorden aan Partij voor de Dieren-Kamerlid Ines Kostić ontvangen. Erkens houdt daarin vast aan zijn keuze van juli om de rekenmethode niet verder te ontwikkelen. Gemeenten moeten duidelijkheid krijgen via landelijke afspraken over beschermende maatregelen en plaatselijke regels.

Onderzoekers willen de twijfel juist toetsen

Het onderzoek van RIVM en WUR gaat over een concrete vraag: kunnen gemeenten berekenen wat de afstand tussen een gewasperceel en een woning betekent voor de gezondheidsrisico’s van bewoners? Daarvoor moeten modellen voor onder meer verspreiding, blootstelling buiten en binnenshuis en gezondheidsrisico’s aan elkaar worden gekoppeld.

De onderzoekers concluderen dat dit in beginsel kan. Hun advies is om de voorgestelde methode te toetsen aan praktijksituaties met gemeenten. Zo moet blijken hoeveel onzekerheid overblijft en of de berekening bruikbaar is. Ook de juridische houdbaarheid kan dan worden onderzocht.

De onzekerheid is wezenlijk. Voor onder meer het contact van jonge kinderen met besmette oppervlakken ontbreken goede gegevens. De verkenning omvat bovendien geen gecombineerde werking van verschillende werkzame stoffen of mogelijke effecten zoals Parkinson.

Erkens vreest dat een ingewikkeld model wetenschappelijke zekerheid suggereert die het niet kan bieden. Hij wijst ook op de omvang en duur van vervolgonderzoek. Maar daarmee blijft de voorgestelde proef achterwege die juist moet uitwijzen hoe bruikbaar de methode is. De Kamercommissie vraagt nu om het oordeel van de onderzoekers over die keuze.

Vijftig meter is geen bewezen veilige grens

Bij nieuwe woningen naast landbouwpercelen wordt vaak vijftig meter afstand aangehouden. Dat is een uitgangspunt uit de rechtspraak. Het is geen wetenschappelijk vastgestelde veilige afstand, erkent Erkens in zijn antwoorden.

De Raad van State bevestigde in een uitspraak van 16 september dat er geen wettelijke minimumafstand bestaat. Vijftig meter wordt in het algemeen niet onredelijk geacht; wie een kortere afstand wil hanteren, moet dat goed motiveren.

Die juridische maatstaf beantwoordt dus een andere vraag dan de wetenschap. Een afstand die bij het beoordelen van een bouwplan als uitgangspunt geldt, vertelt bewoners niet precies hoeveel bestrijdingsmiddel hen bereikt of welk gezondheidsrisico daarbij hoort.

Landelijke afspraken voor 2027

Het alternatief van Erkens krijgt vorm binnen het Convenant Toekomstbestendige Gewasbescherming. Daarin staat het streven om vóór 1 maart 2027 een landelijk beleidskader klaar te hebben en dat eind 2027 uit te voeren. Lukt dat niet, dan is een tijdelijk kader of tussenoplossing afgesproken.

De aanpak moet zowel nieuwe bouwplannen als bestaande situaties omvatten. Onderzocht worden onder meer richtafstanden, voorwaarden voor afwijking en regels waarmee gemeenten bescherming kunnen afdwingen. Erkens wil ook de gezondheidskundige kennis van de GGD’en betrekken. Welke maatregelen uiteindelijk worden gekozen en juridisch standhouden, ligt nog niet vast.

Bewoners hebben belang bij bescherming die niet telkens opnieuw bij een plaatselijk bouwplan moet worden uitgezocht. Gemeenten zoeken tegelijk ruimte voor woningen, terwijl telers moeten weten wat zij op hun percelen mogen doen. Voor die drie groepen zijn concrete regels nodig. Het convenant heeft daarvoor een planning; de wetenschappelijke toets die RIVM en WUR voorstellen, krijgt vooralsnog geen opdracht.