De spooroverkapping bij Barendrecht ligt op een belangrijke verbinding tussen de Rotterdamse haven en het Europese achterland. Daar was het spoor verzakt en opgeschoven. De treeplank van een locomotief raakte daardoor een betonnen rand naast het spoor. De afstand was kleiner dan volgens de veiligheidsnorm was toegestaan.
Dat staat in de antwoorden die staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Annet Bertram op 24 september gaf aan BBB-Kamerlid Caroline van der Plas. Ook JA21-Kamerlid Maarten Goudzwaard stelde vragen over de ontdekking en de afhandeling. De vervoerders kregen tijdelijk minder ruimte om hun goederen de haven uit te rijden: maximaal drie mogelijke ritten per uur richting achterland, tegenover normaal acht.
Een machinist gaf het eerste signaal
De eerste metingen leken volgens ProRail niet alarmerend. Nader onderzoek leidde eerst tot een lagere snelheid op één spoor en daarna tot beperkingen op alle drie de goederensporen.
ProRail registreerde twee meldingen van contact met het beton, op twee verschillende sporen. Beide betroffen een locomotief uit de 1600-serie. Volgens de technische beoordeling was er geen aanleiding om direct ontsporingsgevaar te veronderstellen. De te kleine afstand naast het spoor was wel reden om het gebruik te beperken en herstel uit te voeren.
| Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| 29 juli | Eerste melding van contact tussen een treeplank en de betonnen rand. |
| 31 juli | Eerst 40 km/u op één spoor; later die dag verlaagd naar 20 km/u. |
| 13 augustus | Beperkingen op alle drie de goederensporen na aanvullend onderzoek. |
| 25 augustus | Tweede geregistreerde melding van contact, op een ander spoor. |
| 27 augustus | Met twee vrijgegeven sporen kan de reguliere dienstregeling weer worden gereden. |
Weer rijden was nog geen verklaring
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het herstel van het treinverkeer en het uitzoeken van de fout verschillende trajecten zijn. ProRail meldde op 27 augustus dat twee sporen weer zonder beperkingen beschikbaar waren. De hinder nam daarmee sterk af. In september moest echter nog worden onderzocht hoe het spoor was verschoven en waarom controles en regulier onderhoud dat niet eerder hadden ontdekt.
Ook de logistieke afhandeling werd onderwerp van een evaluatie. Om goederenvervoer mogelijk te houden, werden treinen via Utrecht omgeleid, onderhoudswerkzaamheden geannuleerd en enkele NS-treinseries tijdelijk opgeheven. Een probleem aan een goederenverbinding werkte zo ook door voor reizigers.
Schade komt terug in de novemberbrief
Bertram kon in september de totale economische schade niet vaststellen. Voor individuele claims verwees zij naar de afspraken tussen ProRail en vervoerders. Op 1 oktober beloofde zij de Kamer in de volgende voortgangsbrief in november terug te komen op de totale schade en op drie concrete vragen van Van der Plas over Barendrecht.
Die toezegging staat op 5 november in het openbare Kamerregister nog als openstaand.
