Een kind van 13 of 14 moet volgens een Europees wetsvoorstel via een ouder of voogd toegang kunnen krijgen tot een beperkt socialemedia-account. Het platform moet daarbij ook nagaan of die volwassene werkelijk voor het kind mag beslissen. Een vinkje voor toestemming is dus niet genoeg.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat achter de voorgestelde leeftijdsgrens ook een nieuwe controle van ouderlijk gezag zit. We vergeleken de Europese voorsteltekst met de Nederlandse beoordeling van 30 oktober en de antwoorden over leeftijdscontrole. Voor Nederland betekent het plan onder meer dat er een gratis digitaal middel moet komen waarmee ouders of voogden hun gezag kunnen aantonen.

Een klein account met een grote voorwaarde

De Europese Commissie wil een grens van 15 jaar voor zelfstandige accounts op sociale netwerken en videoplatforms die risico’s voor kinderen opleveren. Voor 13- en 14-jarigen stelt zij beperkte accounts via hun ouders voor. Daar horen onder meer tijdslimieten en ouderlijke controle op nieuwe contacten bij. De regels zijn nog niet vastgesteld.

Juist die uitzondering maakt een extra controle nodig. Het platform moet niet alleen weten hoe oud het kind is, maar ook of de volwassene het ouderlijk gezag heeft. Een meerderjarige kennis kan die rol niet zomaar overnemen.

Het voorstel voorziet bij die controle onder meer in bestaande signalen en een eigen verklaring, die het platform redelijkerwijs moet controleren. Het gaat dus niet om een algemene opdracht aan iedere ouder om een paspoort of gezinsdossier te uploaden.

Gratis bewijs, zonder het hele gezin bloot te leggen

De lidstaten moeten volgens het voorstel minstens één gratis, privacyvriendelijke elektronische route aanbieden om ouderlijk gezag aan te tonen. Een platform mag daarmee alleen de bevestiging krijgen dat het gezag bestaat, geen verdere gezinsgegevens.

Die route moet ook bruikbaar zijn voor mensen met weinig digitale vaardigheden, mensen met een beperking en vluchtelingengezinnen. Voor ouders of voogden die niet over de gebruikelijke documenten beschikken, moeten alternatieve procedures komen.

Dat zijn wezenlijke voorwaarden. Een leeftijdsgrens die kinderen moet beschermen, hoort toegang niet afhankelijk te maken van hoe handig hun ouders met digitale loketten zijn.

Ouders krijgen meer werk, platforms blijven verantwoordelijk

Het kabinet steunt een Europese leeftijdsgrens van 15 jaar, maar heeft bezwaren tegen de sterke nadruk op ouders. Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit, D66) wijst op het verschil tussen kinderen met betrokken ouders en kinderen die zulke begeleiding missen.

De Nederlandse beoordeling vraagt bovendien hoe wordt voorkomen dat platforms blijvend zicht krijgen op de relatie tussen ouder en kind of op het online gedrag van het kind. Het kabinet onderzoekt nog welke technische problemen de controle van ouderlijk gezag kan opleveren.

De toets voor dit plan gaat daarmee verder dan de vraag of een kind vijftien is. Overheden moeten zorgen voor bruikbaar bewijs, ouders krijgen een rol bij toegang en toezicht, en platforms moeten hun diensten zelf veiliger maken. De Commissie stelt ook regels voor tegen verslavend ontwerp en voor veilige standaardinstellingen.