Nederlandse plantenkwekers mogen jonge sla niet met het insectenmiddel Closer behandelen via de aangevraagde druppelmethode voor planten die later buiten worden geteeld. Vanuit België en Duitsland mogen zo behandelde slaplanten wel naar Nederland komen en hier worden uitgeplant. Dat bevestigt staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw, VVD).

Voor de Nederlandse toepassing is een tijdelijke uitzondering geweigerd. Volgens Erkens zag toelatingsinstantie Ctgb een onaanvaardbaar risico voor vogels en zoogdieren. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) oordeelde bovendien dat kwekers alternatieven hebben om bladluisvrije jonge planten te leveren.

De behandeling is juist bedoeld voor ná de kas

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de geweigerde behandeling juist bedoeld is om na het uitplanten buiten nog weken tegen bladluizen te werken. We legden het kabinetsantwoord naast het onderliggende NVWA-advies uit april 2026, dat deze bedoeling van de aanvraag beschrijft.

De toegestane invoer roept daarmee een concrete vraag op: hoe verhoudt de Nederlandse risicoafweging zich tot het hier uitplanten van elders behandelde planten? Het antwoord maakt niet duidelijk of het kabinet die situatie afzonderlijk heeft laten beoordelen.

Erkens verwijst voor de verschillen naar nationale beslissingen. Andere landen hebben deze toepassing toegelaten of tijdelijk vrijgesteld. Welke uitgangspunten zij daarbij hanteren, zegt hij niet te weten.

Niet elke toepassing van Closer is verboden

Het gaat om een specifieke behandeling, bekend als Phyto-drip: gerichte toediening tijdens de opkweek. Closer is niet als middel volledig verboden. Het NVWA-advies beschrijft dat het wel mag worden gebruikt tegen bladluis in bepaalde bedekte slateelten. Dat geeft nog geen toestemming voor jonge planten die daarna naar de buitenteelt gaan.

De sector vroeg in december 2025 om een tijdelijke uitzondering. Na een gesprek met de aanvrager en aanvullende informatie bleef het NVWA-oordeel negatief. De dienst ziet het probleem met groene slaluis in de buitenteelt, maar vindt een extra middel in de opkweek niet noodzakelijk naast de beschikbare aanpak. Ook concurrentienadeel ten opzichte van buurlanden telt volgens de NVWA niet mee als criterium voor zo’n noodtoestemming.

Kwekers wijken uit, omvang blijft onbekend

Erkens heeft signalen dat slatelers hun jonge planten uit het buitenland halen. Hij geeft geen cijfers over de omvang of economische schade voor Nederlandse kwekers. Veranderende omstandigheden rekent hij tot het gewone ondernemersrisico.

Het dossier gaat daarmee zowel over de bescherming van natuur als over de gevolgen van verschillende nationale toelatingen voor kwekers. Dat een behandelde plant mag worden ingevoerd, verklaart op zichzelf niet waarom de risicobeoordelingen verschillen.

Op vragen van Caroline van der Plas (BBB) zegt Erkens dat de sector opnieuw een aanvraag kan indienen. Nieuwe wetenschappelijke kennis kan daarbij tot een andere beoordeling leiden. De eerdere afweging blijft het vertrekpunt.