Middelbare scholen die een papieren schoolboek willen gebruiken, moeten bij veel lesmethoden ook een digitale licentie afnemen. Dat beperkt hun keuze en kan betekenen dat zij betalen voor materiaal dat in de klas nauwelijks wordt gebruikt. Uitgevers kregen al het advies die onderdelen ook los te verkopen. Volgens de Autoriteit Consument & Markt gebeurt dat nog onvoldoende.

Staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs, VVD) houdt vast aan de afspraken met uitgevers en scholen. Zij noemt het onwenselijk dat scholen leermiddelen moeten afnemen die ze niet gebruiken. Eerst worden de afspraken geëvalueerd en het definitieve ACM-rapport beoordeeld. Voor de zomer van 2027 wil zij de Kamer informeren over vervolgstappen.

Hetzelfde advies stond er in februari al

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de aanpak uit het nieuwe antwoord steunt op aanbevelingen die al in februari 2026 op papier stonden. De uitgeversvereniging MEVW adviseerde haar leden toen om papieren en digitale onderdelen ook afzonderlijk aan te bieden. Scholen moesten daarnaast zoveel mogelijk kunnen kiezen voor boeken die meerdere jaren meegaan.

De ACM stelt in haar conceptrapport van oktober vast dat uitgevers nog onvoldoende doen met die aanbevelingen. Vooral verplichte pakketten en het geringe aanbod van herbruikbare boeken blijven knelpunten. Het nieuwe kabinetsantwoord verwijst opnieuw naar deze brancheadviezen; het bevat geen verplichting voor uitgevers om boek en licentie los aan te bieden.

Bij het veelgebruikte pakketmodel koopt een school jaarlijks digitale toegang, met daarbij een papieren leerwerkboek. Dat boek is bedoeld om in te schrijven en wordt doorgaans niet aan de volgende lichting leerlingen doorgegeven. Scholen die vooral met papier werken, kunnen daardoor niet vanzelf terug naar een boek dat jaren achtereen bruikbaar blijft. De ACM wil dat zij die keuze wel krijgen.

Overstappen kost ook tijd van docenten

Uitgevers krijgen weinig druk om hun aanbod aan te passen zolang scholen bij dezelfde lesmethode blijven. Volgens de ACM wisselen de meeste scholen per lesmethode minder dan eens in de tien jaar van uitgever. De drie grootste uitgevers bedienen samen meer dan driekwart van de markt voor het voortgezet onderwijs.

Een andere methode kiezen vraagt veel van een school. Docenten moeten het materiaal beoordelen, afstemmen met collega's en hun lessen aanpassen. Ze weten bovendien pas na gebruik of de nieuwe methode goed werkt in hun klas. De toezichthouder beschrijft hoe die extra werkdruk een overstap bemoeilijkt.

De ACM legt daarom ook verantwoordelijkheid bij schoolbesturen. Zij moeten beter afwegen wat ze kopen, gebruikte methoden regelmatig beoordelen en kijken welke boeken en licenties ongebruikt blijven. Door gezamenlijk in te kopen kunnen scholen meer invloed uitoefenen op prijs en voorwaarden. SIVON, de coöperatie die scholen daarbij helpt, biedt al ondersteuning. Ook bestaat een Open Keuzecatalogus om het aanbod inzichtelijker te maken.

Keuzevrijheid vraagt zo om twee veranderingen: uitgevers moeten passende producten aanbieden, en scholen moeten tijd en ondersteuning hebben om werkelijk te kunnen kiezen. Betalen voor ongebruikt materiaal gaat ten koste van geld dat een school voor ander onderwijs kan inzetten.

Beoordeling in 2027

Begin 2027 worden de afspraken met de uitgeversvereniging, SIVON en de VO-raad gemonitord en geëvalueerd. Tielen wil die resultaten samen met het definitieve ACM-rapport gebruiken om te bepalen of extra maatregelen nodig zijn. Dat rapport wordt eind dit jaar verwacht.

In haar antwoorden aan Sandra Beckerman (SP) zegt zij nog niet welke nieuwe steun scholen krijgen om van lesmethode te wisselen. Ook de vraag of scholen daarvoor tijdelijk financiële ondersteuning krijgen, schuift door naar de aangekondigde vervolgstappen.