Hoeveel subsidie RWE werkelijk heeft ontvangen voor het verbranden van houtige biomassa, krijgt de Tweede Kamer niet te horen. Het kabinet noemt de betalingen bedrijfsgevoelig. Het verwijst wel naar een verwachting van het energiebedrijf: over de hele looptijd zou ongeveer een vijfde van de toegekende subsidie worden ontvangen.

Minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven-van der Meer weigert de uitbetaalde bedragen per centrale en per jaar te verstrekken aan PvdD-Kamerlid Christine Teunissen. Die vroeg ernaar na onderzoek van NRC en Zembla naar houtpellets uit Maleisië en het Nederlandse toezicht daarop.

Een verwachting vervangt geen rekening

Het kabinet noemt 3,3 miljard euro aan toegekende subsidie voor het bijstoken van biomassa. Dat is het totaal voor deze vorm van energieopwekking, niet alleen voor RWE en ook niet het bedrag dat al is uitgekeerd.

De daadwerkelijke uitgaven vallen volgens de minister lager uit. Hoeveel subsidie een centrale krijgt, hangt onder meer af van de draaiuren en energieprijzen. RWE legt op zijn eigen website uit dat bij hoge elektriciteitsprijzen zelfs geen subsidie wordt ontvangen. Het bedrijf verwacht uiteindelijk ongeveer 20 procent van zijn toegekende subsidie te krijgen; uitvoerder RVO kan die inschatting volgens de minister bevestigen.

Die inschatting vertelt niet hoeveel geld inmiddels naar de Amercentrale of de centrale in de Eemshaven is gegaan. Ook de openbare bedrijfstoelichting waar het kabinet naar verwijst, bevat geen overzicht van die betalingen. De vraag naar werkelijk uitgegeven belastinggeld blijft daarmee onbeantwoord.

Hoeveelheden werden percentages

Ook bij de publicatie van het onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) speelde bedrijfsvertrouwelijkheid een rol. Het kabinet bevestigt dat absolute leveringshoeveelheden in het rapport zijn vervangen door percentages, nadat RWE bezwaar had gemaakt tegen openbaarmaking. Het ministerie droeg mogelijke oplossingen aan; de NEa nam het besluit.

Dat is zichtbaar in het gepubliceerde rapport. Voor 2024 staat bijvoorbeeld dat 57,3 procent van de Maleisische pellets naar de Eemshaven ging en 42,7 procent naar de Amercentrale. De tabel vermeldt niet hoeveel ton die verdeling vertegenwoordigt. Volgens de NEa waren de absolute aantallen niet nodig om de conclusies te volgen. Het kabinet stelt dat RWE geen invloed had op de inhoudelijke conclusies.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de NEa in een later openbaarmakingsbesluit juist het belang van leveringsgegevens benadrukt. In het besluit van 2 juli krijgen openbaarheid van leveringsvolumes en bewijzen van leveringen voorrang boven bedrijfsvertrouwelijkheid. De toezichthouder noemt die informatie essentieel om de duurzaamheid vast te stellen. Het besluit voorziet in het verstrekken van 789 documenten, deels met weggelakte gegevens.

Dat latere besluit gaat over de onderliggende houtleveringen, niet over de subsidiebetalingen. Het dossier is dus niet volledig gesloten. Voor de daadwerkelijk betaalde subsidie houdt de minister nu wel vast aan geheimhouding.

Controle op hout is geen verantwoording van uitgaven

Volgens het kabinet voldeden de onderzochte leveringen uit 2023 en 2024 aan de geldende eisen. Het NEa-rapport bevat wel een kanttekening: bij een deel van het afgekeurde hout vond de toezichthouder de indeling als reststroom onjuist. Voor het overige volume achtte zij die herkomst voldoende aannemelijk. Het kabinet ziet geen reden om aan de uitkomst te twijfelen en wijst op aangescherpte Europese waarborgen.

Daarmee verdedigt het de controle op het hout. Maar overheidssteun vraagt ook controle op de besteding van publiek geld. Een percentage dat een bedrijf over de hele subsidieperiode verwacht te ontvangen, laat Kamer en publiek niet zien wat jaarlijks werkelijk is betaald.