De basisschool aan de Monacostraat in Almere Poort is een initiatief van de Tocqueville Stichting. Forum voor Democratie noemt de school zelf een door de partij opgericht initiatief. Op haar website biedt de school kleinschalig onderwijs aan, aanvankelijk voor groep 1.

Staatssecretaris van Onderwijs Judith Tielen bevestigt op 13 oktober, in antwoord op vragen van Ilana Rooderkerk (D66), dat de school met vier leerlingen is gestart. Dat kleine begin is geen reden om de financiering nu te stoppen. Nieuwe scholen hebben ook vaste kosten, zoals personeel, ICT en verzekeringen, schrijft zij.

De rekening begint vóór de groei is aangetoond

Het Rijk betaalt nieuwe scholen voordat vaststaat hoeveel ouders er daadwerkelijk voor zullen kiezen. DUO beschrijft hoe dat werkt: eerst krijgt een school een vast startbedrag. De financiering van augustus tot en met december van het startjaar is gebaseerd op het verwachte leerlingenaantal. In het volgende kalenderjaar wordt de financiering na een voorschot gekoppeld aan een daadwerkelijke leerlingtelling.

Daarnaast geldt een aparte toets om te bepalen of een school groot genoeg kan worden. Bij een nieuwe basisschool gebeurt die op 1 oktober van het vierde schooljaar. Voor de Renaissanceschool is dat 2029. Tielen noemt een minimum van 139 leerlingen. Als de school dat aantal niet haalt, stopt volgens haar in beginsel de financiering aan het einde van het schooljaar 2029–2030.

Belangstelling voor een andere plek

Voor toestemming om te starten moet een initiatief aantonen dat er voldoende belangstelling is. Daarbij telt voor basisonderwijs een gebied in een straal van zes kilometer rond de voorgenomen plek. De Renaissanceschool is uiteindelijk buiten dat gebied gehuisvest.

Almere kon daar geen geschikt gebouw vinden en koos een andere plek binnen de gemeente, schrijft Tielen. Volgens haar handelt de gemeente daarmee binnen de wet. Zij vindt het te vroeg om uit de vier leerlingen bij de start af te leiden dat de belangstellingsmeting onbruikbaar was.

Een toegestane verhuizing beantwoordt alleen nog niet de vraag hoeveel gezinnen de school op de nieuwe plek zullen kiezen. De belangstelling is immers voor een andere omgeving gemeten. Voor een basisschool doet die plek ertoe: ouders moeten hun jonge kinderen er iedere schooldag kunnen brengen. Juist omdat de overheid de start financiert, is de vraag of de verwachte groei ook op deze locatie haalbaar is van publiek belang.

Wel eerder toezicht op de kwaliteit

De toets op leerlingengroei is niet het enige toezicht. De onderwijsinspectie heeft vooraf positief geadviseerd over de verwachte onderwijskwaliteit en bezocht de school in september. In het voorjaar volgt een volledig kwaliteitsonderzoek, met een openbaar rapport.

Ruimte voor een nieuwe school hoeft niet te betekenen dat zij op de eerste dag al vol zit. Maar publieke financiering vraagt ook zicht op de vraag van ouders en op de continuïteit van het onderwijs voor kinderen die al zijn begonnen. In de antwoorden staat geen nieuwe belangstellingsmeting rond de uiteindelijke locatie. Voor het beëindigen van de financiering wegens onvoldoende groei blijft het vierde schooljaar het beslissende moment.