Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Claudia van Bruggen weigert de Raad voor de rechtspraak om nadere verduidelijking te vragen. Zij antwoordt daarmee op kritiek van FVD-Kamerlid Peter van Duijvenvoorde. Over de ingezonden brief zelf geeft zij geen oordeel: de president van de betreffende rechtbank moet beoordelen of een rechter met een publieke uitspraak grenzen overschrijdt.
De aanleiding is een lezersbrief die de Volkskrant op 8 september publiceerde onder het tussenkopje ‘Media-aandacht’. Schrijver Ronny van de Water bekritiseert de ruimte die extreemrechtse politici in de media krijgen voor hun ‘giftige boodschap’. Hij verwijst naar de manier waarop Goebbels in 1933 de media bespeelde en noemt de Waalse media als voorbeeld voor minder aandacht. De rechtersvereniging NVvR vermeldde Van de Water in mei als rechter bij de rechtbank Amsterdam.
Onpartijdigheid vraagt geen stilzwijgen
Van Duijvenvoorde wil weten hoe zulke uitingen zich verdragen met het vertrouwen dat ook mensen met die politieke overtuiging in een rechter moeten kunnen hebben. Dat raakt een wezenlijke waarborg: wie voor de rechter verschijnt, moet op feiten en recht worden beoordeeld, ongeacht politieke voorkeur. De eigen sympathieën en antipathieën van de rechter mogen de behandeling niet bepalen.
De in januari vastgestelde NVvR-rechterscode bevat daarnaast een expliciet recht om naar buiten te treden wanneer de democratische rechtsstaat onder druk staat of de scheiding van machten niet wordt gerespecteerd. Rechtbanken en beroepsorganisaties hebben volgens die code zelfs een plicht om zich dan uit te spreken. Voor individuele rechters formuleert de code een recht.
Dat onderscheid doet ertoe. Rechters moeten ook kunnen toetsen of een regering zich aan het recht houdt. Hun onafhankelijkheid beschermt mensen die tegenover de overheid staan. Een algemene eis om over maatschappelijke conflicten te zwijgen zou ook de ruimte beperken om aantasting van die onafhankelijkheid publiek te benoemen.
De beroepscode is een leidraad met normen die rechters zichzelf stellen, geen rechtstreeks afdwingbare wet. De Gedragscode Rechtspraak stelt bovendien concrete eisen aan publieke uitingen: eerlijk, correct en respectvol, met een duidelijk onderscheid tussen de privépersoon en de rechter. Persoonlijke opvattingen mogen het vertrouwen in een onpartijdige behandeling niet ondermijnen.
Wie beslist bij twijfel over een rechter
Voor een procespartij bestaat een andere route dan politieke kritiek op een krantenbrief. Wie in een eigen zaak twijfelt aan de onpartijdigheid van de rechter, kan een wrakingsverzoek doen: vragen om een andere rechter vanwege concrete feiten of omstandigheden. Als de betrokken rechter niet in dat verzoek berust, behandelen andere rechters het en moeten zij hun beslissing motiveren.
Het kabinet laat zo de beoordeling van een publieke uitspraak bij de rechtspraak en de beoordeling van onpartijdigheid in een concrete zaak bij andere rechters. Van Bruggen legt niet uit hoe de grenzen in deze brief precies uitwerken. Op de vraag of de regels extra toelichting nodig hebben, is haar antwoord wel ondubbelzinnig: zij ziet daar geen aanleiding toe.
