Politiemensen die door hun werk ziek zijn geworden of letsel hebben opgelopen, krijgen voor oude schadezaken een snellere afhandeling in het vooruitzicht. Maar wie nog wacht op smartengeld, komt met de nieuwe afspraak nog niet aan de behandeling van zijn overige schade toe. De daarvoor afgesproken beslistermijn loopt dan evenmin.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de afgesproken beslistermijn maar een deel van het wachten begrenst. Het Bericht vergeleek de nieuwe antwoorden van minister van Justitie en Veiligheid David van Weel met de door de Nederlandse Politiebond gepubliceerde schaderegeling. Die regeling noemt maximaal een half jaar voor een besluit. De toelichting zegt ook expliciet dat een aanvraag wordt opzijgelegd zolang niet aan de voorwaarden is voldaan, bijvoorbeeld omdat het smartengeld nog niet is afgehandeld.
Eerst smartengeld, daarna de overige schade
Smartengeld is een vergoeding voor pijn, verdriet en aantasting van het leven. Daarnaast kan iemand financiële schade hebben, bijvoorbeeld door gemist inkomen of noodzakelijke huishoudelijke hulp. Het deel dat nog niet is vergoed, heet restschade.
De tijdelijke regeling is bedoeld voor bepaalde oude zaken die onder de rechtspositie van vóór 1 april 2025 vallen. Er moet onder meer zijn erkend dat het ongeval of de ziekte met het werk samenhangt. Ook moet de aanspraak op smartengeld zijn afgerond. Dat is dus een voorwaarde vóór de verdere schadeafhandeling, niet een stap die de zesmaandentermijn zelf moet oplossen.
De klok begint bovendien pas wanneer alle noodzakelijke gegevens in het voorgeschreven format zijn aangeleverd. Het halve jaar gaat over het nemen van een besluit. Het is geen maximum voor de hele route vanaf de eerste ziekmelding, en evenmin een belofte dat alle schade binnen die tijd is uitbetaald.
De eerdere wachttijd blijft buiten het landelijke overzicht
Kamerlid Ingrid Coenradie van JA21 vroeg Van Weel hoelang politiemensen met posttraumatische stressstoornis of ander blijvend letsel op erkenning wachten. Zij vroeg ook hoeveel zaken langer dan één, drie of vijf jaar lopen en hoelang de volledige schadeafhandeling duurt.
Dat overzicht geeft de minister niet. De politie kan de gevraagde wachttijdcijfers niet op landelijk niveau automatisch uit de bestaande registraties halen, schrijft hij. Daardoor kan de Kamer niet zien hoeveel van het wachten vóór de nieuwe beslistermijn plaatsvindt en hoeveel mensen daar nog vastzitten.
In de toelichting bij de regeling beschrijft de politie zelf dat de oude afhandeling ingewikkeld en tijdrovend was en dat daarvoor te weinig capaciteit beschikbaar was. De wachttijden liepen daardoor enorm op. De tekst voert de zoektocht naar een oplossing terug tot een toezegging in december 2019.
Vaste bedragen moeten het werk eenvoudiger maken
De nieuwe afspraken moeten de afhandeling wel degelijk versnellen. Voor verschillende schadeposten komen vaste bedragen en voor inkomensverlies wordt een rekenmodel gebruikt. De regeling laat bestaande medische vergoedingen in beginsel doorlopen. Zaken die al inhoudelijk onder de eerdere interne werkwijze worden behandeld, blijven onder die route vallen.
Ook voor nieuwere gezondheidsklachten bestaat sinds april 2025 een ander stelsel. Volgens Van Weel krijgen medewerkers daarin direct begeleiding en, bij schade of verzuim, passende vergoedingen. Zij hoeven daarvoor niet eerst dezelfde erkenningsprocedure als onder het oude stelsel af te wachten.
Voor de oude restschadezaken wordt een speciale ploeg ingericht. Die komt volgens de nieuwe antwoorden de komende maanden op gang. De politiebond meldde in oktober dat dossiers gefaseerd worden opgepakt, met voorrang voor mensen die al op de wachtlijst staan.
De afspraak over zes maanden geeft daarmee duidelijkheid over een deel van de afhandeling. Hoelang de stappen ervóór duren en hoeveel oude dossiers daarop wachten, maakt de minister in deze antwoorden niet bekend.
