Het kabinet geeft geen uitleg over de gemelde politie-inval bij de onderzoeker achter een kritisch rapport over Bureau Integriteit Amsterdam. Op vragen naar de verdenking, de noodzaak van de doorzoekingen en minder ingrijpende alternatieven komt geen inhoudelijk antwoord. De ministers verwijzen naar het lopende strafonderzoek en de wettelijke waarborgen.

Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel en minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma antwoorden op vragen van Shanna Schilder en Annelotte Lammers, beiden van Groep Markuszower. Die vragen volgen op berichtgeving over de politieactie bij de voormalige hoofdonderzoeker van de Amsterdamse ombudsman.

De Kamerleden vragen of zijn woning en vakantiewoning zijn doorzocht en telefoons en laptops zijn meegenomen vanwege het vermeende uitlekken van een eerdere versie van het rapport Melden met vertrouwen. Zij willen weten welk strafbaar feit wordt onderzocht en waarom zulke middelen nodig waren. De ministers bevestigen deze details niet: over het lopende onderzoek doen zij geen uitspraken.

Waarborgen genoemd, afweging niet uitgelegd

Een doorzoeking raakt meer dan het werk van een onderzoeker. In een woning en op telefoons en computers bevindt zich ook privé-informatie. Juist daarom moet de inzet van zulke middelen noodzakelijk zijn en in verhouding staan tot de verdenking. De ministers wijzen op die eisen en op rechterlijke controle bij woningdoorzoekingen. Zij leggen niet uit hoe deze afweging in dit onderzoek is gemaakt.

Over de aanleiding geven zij wel één begrenzing: volgens politie en Openbaar Ministerie gaat het strafonderzoek niet over de inhoud van het rapport. Van Weel en Heerma ontkennen ook dat het Amsterdamse bestuur het onderzoek heeft aangejaagd. Volgens het OM heeft de gemeente daarop niet aangedrongen en daarover geen contact gehad met politie, OM of ombudsman. De gemeente liet weten dat burgemeester Femke Halsema vooraf niet op de hoogte was.

Dat onderscheid is belangrijk. Kritiek op het stadsbestuur, de omgang met vertrouwelijke informatie en de keuze voor ingrijpende opsporing zijn verschillende kwesties. De ontkenning van bestuurlijke invloed beantwoordt de vraag wie het onderzoek niet heeft aangejaagd. Zij verklaart niet welke verdenking de politieactie droeg.

Het rapport ging over veilig melden

Het definitieve ombudsmanrapport verscheen op 6 november 2025. Het gaat over ambtenaren en anderen die bij de gemeente klachten over integriteit en sociale onveiligheid melden. De ombudsman beschrijft hoe lange wachttijden, weinig terugkoppeling en afhankelijkheid van het management het vertrouwen van melders ondergraven.

Het onderzoek steunt op gesprekken met 82 personen, onder wie 77 medewerkers en vijf bewoners, en verdiepend onderzoek naar acht zaken. Het beoordeelt niet of iedere individuele klacht gegrond is. De ombudsman onderzoekt vooral wat mensen van een behoorlijke afhandeling mogen verwachten en waar de gemeentelijke werkwijze daarmee botst.

Het college bestrijdt in zijn reactie van 27 november 2025 de betrouwbaarheid en representativiteit van de bevindingen. Het bekritiseert onder meer de onderzoeksmethode en de toepassing van hoor en wederhoor. Tegelijk erkent het lange doorlooptijden en tekortkomingen in de sociale veiligheid. Het kondigde extra capaciteit en een integriteitscommissie aan, maar wees het voorstel af om sociale integriteitsmeldingen tijdelijk uitsluitend extern te behandelen.

Voor een medewerker die discriminatie of pesten door een leidinggevende meldt, maakt het uit wie over onderzoek beslist en wie de afhandeling kan controleren. Die medewerker is voor zijn werk afhankelijk van dezelfde organisatie waarover hij klaagt. Onafhankelijke controle en duidelijke terugkoppeling moeten voorkomen dat die afhankelijkheid ook bepaalt hoeveel gehoor een melding krijgt. Het publieke belang is dat de overheid van zulke signalen leert.

De verwijzing naar de raad lost de open vraag niet op

Voor de bestuurlijke omgang met het rapport verwijst het kabinet naar de Amsterdamse gemeenteraad. De ministers erkennen dat een ombudsman onafhankelijk en onpartijdig moet kunnen werken, ook als zijn bevindingen schuren. Het college mag kritiek hebben; de raad moet die wegen.

De politie doet strafonderzoek onder gezag van het OM. Een lokaal debat over het ombudsmanrapport verklaart daarom niet waarom in dat afzonderlijke onderzoek zulke opsporingsmiddelen zijn ingezet. Welke verdenking en concrete afweging de gemelde doorzoekingen rechtvaardigden, blijft in de kabinetsantwoorden onbesproken.