Een pensioenfonds mag de eerste pensioenuitkering lager vaststellen om meer geld over te houden voor verhogingen later. Zo kan het pensioen beter meestijgen met de prijzen. Toch gebruikt voor zover minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hans Vijlbrief weet geen enkel fonds die mogelijkheid. In berekeningen over bescherming tegen stijgende prijzen wordt er wél mee gerekend.
Dat verschil raakt een belangrijke belofte van het nieuwe pensioenstelsel: meer kans op een pensioen waarvan mensen ook later hun boodschappen kunnen blijven betalen. Op verzoek van Kamerlid Corrie van Brenk (50PLUS) moest Vijlbrief aangeven hoeveel fondsen de verschillende mogelijkheden daarvoor gebruiken. Een exact overzicht per maatregel heeft hij niet.
Waarom fondsen die keuze niet maken
Waarom fondsen deze keuze niet maken, is niet specifiek onderzocht, erkent Vijlbrief. Dat is opvallend, want in de analyse die zijn ministerie in mei publiceerde, stond al een verklaring: veel deelnemers zouden liever met een hoger pensioen beginnen. Volgens de minister kunnen ook andere redenen meespelen, zoals de gevolgen voor de pensioenpremie. Of fondsen daarom voor een hogere beginuitkering kiezen, is in dit onderzoek niet nagegaan.
Een berekening laat nog niet zien wat fondsen doen
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat De Nederlandsche Bank in een van de doorgerekende pensioenregelingen juist die lagere beginuitkering heeft opgenomen. DNB onderzocht daarmee wat de wet mogelijk maakt. De bank schrijft zelf dat de gebruikte voorbeelden niet laten zien hoe fondsen hun pensioenregeling werkelijk inrichten.
Voor gepensioneerden telt wat hun eigen fonds doet. Over beleggingen die met de inflatie meebewegen, meldt Vijlbrief alleen dat een beperkt aantal kleinere fondsen ze gebruikt. Welke bescherming de verschillende maatregelen in de praktijk bieden, wordt zo niet duidelijk.
Fondsen kunnen pensioenen ook op andere manieren verhogen. Vijlbrief wijst erop dat zij in het nieuwe stelsel minder geld achter de hand hoeven te houden. Als beleggingen winst opleveren, kan die daardoor eerder worden gebruikt voor hogere uitkeringen. Hoe goed een pensioen de prijzen volgt, hangt dus van meer af dan alleen de ongebruikte maatregel.
Meer zekerheid heeft een prijs
De onderzochte mogelijkheden om prijzen beter bij te houden vragen steeds een keuze over wie betaalt of risico draagt. Soms krijgt een gepensioneerde aan het begin minder. Andere voorstellen laten jongeren meebetalen aan bescherming voor ouderen, of laten ouderen juist een deel van hun beleggingswinst afstaan voor meer zekerheid.
Die keuzes gaan over het inkomen van gepensioneerden én over het latere pensioen van mensen die nog werken. Werkgevers en werknemers spreken de regeling af; fondsbesturen moeten de belangen van beide groepen afwegen. Zonder overzicht van de keuzes van fondsen is moeilijker te beoordelen wie welke bescherming krijgt.
De pensioensector onderzoekt ondertussen of nieuwe mogelijkheden in de praktijk kunnen werken. Begin 2027 moet Vijlbrief daarover meer vertellen. Volgend jaar bespreekt hij met de Kamer ook wanneer eventuele wetswijzigingen haalbaar zijn. Een invoeringsdatum noemt hij nog niet.
