Het Nederlandse leger blijft voorlopig werken met Palantir. De Amerikaanse software helpt militairen informatie samen te brengen en sneller te analyseren. Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk wil een Europees alternatief, maar noemt geen datum waarop de samenwerking stopt. Eerst moet de vervanger dezelfde taken aankunnen.

De grens van die belofte wordt duidelijk in zijn antwoorden aan Barbara Kathmann en Wimar Bolhuis van PRO. Medio 2028 moet een systeem met basisfuncties beschikbaar zijn. Pas wanneer het evenveel kan als de Palantir-producten, volgt verdere afbouw op een tempo dat Defensie verantwoord vindt.

Een basissysteem is nog geen volledige vervanging

De termijn van twee jaar klinkt concreter dan de beloofde overstap is. Op 2 juni noemde Boswijk in de Kamer als doel een volwaardig Europees alternatief binnen twee jaar. In zijn uitwerking van 29 juni sprak hij al over een basis die medio 2028 gereed moest zijn. De nieuwe antwoorden leggen opnieuw geen einddatum vast.

Dat verschil raakt de zeggenschap over militaire informatie. Zolang het alternatief onvoldoende kan, blijft de krijgsmacht aangewezen op een Amerikaanse leverancier. De regering kiest ervoor het huidige militaire vermogen te behouden terwijl Europa een vervanger ontwikkelt. Daarmee bepaalt de snelheid van die ontwikkeling ook hoelang de afhankelijkheid voortduurt.

De NAVO zoekt hulp voor Palantir-software

Zelfs vervanging van de eigen software beëindigt niet alle contacten met Palantir. De NAVO gebruikt het Maven Smart System van het bedrijf. Boswijk schrijft dat Nederland via NAVO-netwerken daardoor data en analyses uit dat systeem blijft tegenkomen.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het NAVO-agentschap voor communicatie en informatiesystemen op 22 oktober een nieuwe opdracht voor ondersteuning van dat systeem heeft gepubliceerd. Het zoekt specialisten die op NAVO-hoofdkwartieren helpen grote gegevensbestanden te verwerken en informatie tussen militaire commando’s te delen. De opdracht voorziet, inclusief mogelijke verlengingen, in ondersteuning tot 31 maart 2027. Palantir wordt genoemd als een van de partijen die het systeem leveren en ondersteunen.

De Nederlandse overstap en de NAVO-keuze lopen dus naast elkaar. Zelf andere software aanschaffen neemt de betrokkenheid van Palantir bij de gezamenlijke informatievoorziening niet weg. Minder afhankelijk worden vraagt daarmee ook keuzes in bondgenootschappelijk verband.

Kosten blijven buiten het openbare antwoord

Defensie zegt maatregelen te hebben genomen om gegevens te beschermen. Alleen gescreende personen met de Nederlandse nationaliteit werken met de producten, die op Defensie-infrastructuur draaien. In de brief van juni schreef Boswijk bovendien dat Palantir-medewerkers niet deelnemen aan operaties of oefeningen en alleen toegang hebben tot beschrijvende systeemgegevens, zoals gebruiksstatistieken.

De kosten van de lopende contracten maakt hij niet openbaar. Volgens Boswijk zou dat inzicht geven in wat Defensie militair kan en welke systemen het inzet. Alle lopende contracten zijn volgens hem gesloten voordat het afbouwbeleid inging. Welke andere ministeries Palantir gebruiken en of zij ook gaan afbouwen, moet uiterlijk 10 november in een afzonderlijk antwoord duidelijk worden.