Militaire blushelikopters helpen de brandweer wanneer een grote natuurbrand vanaf de grond moeilijk te bereiken of te bedwingen is. Ze brengen water naar het vuur met een grote waterzak onder het toestel. Voor de aansturing vanaf de grond is volgens de landelijke risicoanalyse van 2026 slechts één gespecialiseerd team beschikbaar. Dat beperkt de inzet wanneer op verschillende plekken tegelijk hulp nodig is.

De waarschuwing staat in het themarapport over klimaat- en natuurrampen van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid, dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid op 16 oktober publiceerde. De onderzoekers beschrijven hoe meerdere grote natuurbranden tegelijk de beschikbare blusteams kunnen overvragen.

Op de grond wordt de luchtsteun geregeld

Bij het blussen vanuit de lucht werken Defensie, de brandweer en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid samen. Het toestel, de bemanning en de ondersteuning op de grond moeten beschikbaar zijn. Brandweer Nederland benadrukt in de eigen uitleg dat een aanvraag alleen kan worden uitgevoerd als er daadwerkelijk een blushelikopter inzetbaar is. Ook daglicht en het weer bepalen of vliegen mogelijk is.

De risicoanalyse noemt vooruitgang bij een ander specialisme: er is een tweede team bijgekomen dat te voet natuurbranden bestrijdt. Zulke teams gaan met handgereedschap het terrein in. Dat extra team vergroot de mogelijkheden op de grond, maar vervangt de specialistische aansturing van een blushelikopter niet.

Twee verschillende taken bij grote natuurbranden
TaakTeams volgens de risicoanalyse 2026
Te voet het terrein in om de brand te bestrijden2
Blushelikopters vanaf de grond aansturen1

Twee branden vragen om dezelfde hulp

Om het risico te onderzoeken, werkt het rapport een fictief scenario uit met twee grote natuurbranden tegelijk. Campings, woningen en een zorgcentrum worden bedreigd. De specialistische teams zijn eerst bij de ene brand nodig en worden ook bij de andere aangevraagd. Hulpdiensten moeten dan kiezen waar zij de schaarse ondersteuning inzetten.

Die gelijktijdigheid is geen toevallige samenloop waar alleen één veiligheidsregio rekening mee hoeft te houden. Droogte, warmte en wind kunnen een groot deel van Nederland tegelijk treffen. Dan kunnen ook andere regio’s minder mensen en materieel afstaan. Voor bewoners en recreanten bepaalt de landelijke verdeling van specialistische hulp mede welke bescherming op dat moment beschikbaar is.

De brandweer ziet de druk ook in de praktijk

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het risico uit de landelijke analyse ook terugkomt in de eigen terugblik van Brandweer Nederland op de branden van dit jaar. De organisatie beschreef op 28 oktober, bij de start van het landelijke Brandweerevent, dat meerdere gelijktijdige natuurbranden de beschikbare mensen en middelen onder druk kunnen zetten. De ervaringen van 2026 onderstrepen volgens de brandweer het belang van samenwerking over regiogrenzen heen.

Het kabinet erkent het toenemende risico. Minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven-van der Meer schreef op 16 september aan Kamerlid Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren dat ook Nederland vaker met intensieve natuurbranden te maken kan krijgen. Zij verwees naar crisisplannen en maatregelen om Nederland weerbaarder te maken.

De risicoanalyse laat zien waar die voorbereiding concreet over gaat: voldoende gespecialiseerde mensen beschikbaar hebben op het moment dat meerdere gebieden tegelijk worden bedreigd. Daarbij blijft de brandweer voor luchtsteun afhankelijk van Defensie. De onderzoekers signaleren zorgen dat militaire bijstand bij rampen beperkter wordt wanneer Defensie meer moet doen voor de verdediging van Nederland en zijn bondgenoten.