De Molukse gemeenschap moet langer wachten op het toegezegde onderzoek naar haar geschiedenis en op een plan voor verdere erkenning. Voor onderzoek, gesprekken met de gemeenschap en een plan voor verdere stappen is volgens het kabinet meer tijd nodig dan de Tweede Kamer heeft gevraagd. Nieuwe einddatums ontbreken.
Premier Rob Jetten schrijft dat aan Don Ceder (ChristenUnie). Ceder wilde weten wat er sinds zijn aangenomen motie en de excuses daadwerkelijk is gebeurd. Jetten meldt bijeenkomsten met wetenschappers en jonge Molukse academici. Een onafhankelijk wetenschappelijk instituut moet nog subsidie aanvragen om een onderzoeksagenda op te stellen. Het kabinet noemt de naam van dat instituut niet.
De Kamer vroeg uitkomsten, het kabinet werkt aan een agenda
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de oorspronkelijke motie verder gaat dan het voorbereidende werk dat het kabinet nu beschrijft. De Kamer vroeg de uitkomsten van onafhankelijk onderzoek uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027. Dat onderzoek moet gaan over de komst en het verblijf van Molukkers in Nederland, de rol van de Staat en de gevolgen die deze geschiedenis nog heeft.
Het kabinet brengt voorlopig bestaande kennis en ontbrekende kennis in kaart. Daarmee wil het bepalen welke vragen verder onderzocht moeten worden. Voor de gesprekken met de verschillende Molukse gemeenschappen wordt nog een plan gemaakt. De verkenning van een nationale agenda voor erkenning moet vervolgens ook op die gesprekken en het onderzoek steunen.
| Onderdeel | Gevraagde termijn | Gemelde stand |
|---|---|---|
| Onafhankelijk onderzoek | Uitkomsten in het eerste kwartaal van 2027 | Onderzoeksagenda wordt voorbereid; subsidieaanvraag volgt nog. |
| Gesprekken met de gemeenschap | Geen aparte einddatum in de motie | Plan voor brede deelname wordt ontwikkeld. |
| Nationale agenda voor erkenning | Resultaten van de verkenning in het tweede kwartaal van 2027 | Moet onder meer steunen op onderzoek en gesprekken; nieuwe termijn ontbreekt. |
Breed meepraten kost tijd
Jetten voert aan dat binnen de Molukse gemeenschap veel verschillende ideeën leven. Om mensen daadwerkelijk te betrekken is volgens hem een breed en zorgvuldig gesprek nodig. Ook opdrachten en subsidies vergen tijd. De voorbereiding is dus begonnen, maar het kabinet maakt nog niet duidelijk hoeveel langer de gemeenschap moet wachten.
Die tijd telt juist voor de laatste vertegenwoordigers van de eerste generatie. De Kamer wees er in haar motie op dat steeds minder van hen nog in leven zijn. In 1951 kwamen bijna 13.000 Molukse militairen en hun gezinsleden naar Nederland. Hun verblijf werd als tijdelijk voorgesteld. De militairen werden kort na aankomst ontslagen; gezinnen kwamen in onder meer kazernes en woonoorden terecht.
Bij de onthulling van het Nationaal Moluks Monument in Rotterdam bood Jetten op 21 juni excuses aan voor onder meer dat ontslag en de gebrekkige opvang. Hij zei toen: “Excuses krijgen pas betekenis door de daden die er op volgen.”
Minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport coördineert het vervolg. Zij moet vóór het einde van dit jaar een brief sturen waarin ook staat hoe en wanneer het kabinet de motie gaat uitvoeren.
