Cole beschrijft in Vanity Fair hoe de Nederlandse militaire inlichtingendienst via een onderzoek naar Russische spionage bij Kushners telefoon terechtkwam. Vervolgens zou de MIVD zelf toegang hebben gekregen en financiële transacties hebben gezien. Kushner ontkent de beschuldigingen. Nieuwsuur en de Volkskrant hebben bij betrokken bronnen geen bevestiging gevonden dat de MIVD toegang had tot zijn telefoon.

Het Bericht onderzocht wie zo'n operatie destijds moest goedkeuren en hoe informatie daarover de premier kon bereiken. Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de MIVD-directeur de eerste toestemming voor een hack niet zelf namens de minister mocht geven. De regels legden die beslissing bij de minister van Defensie. Begin 2018 was dat Ank Bijleveld-Schouten.

De minister moest beslissen

Dat staat in de toen geldende regeling voor besluiten binnen de MIVD. Ook de onafhankelijke toezichthouder CTIVD legde het in 2017 ondubbelzinnig vast: zowel voor een hack op afstand als voor het binnendringen in een toestel dat de dienst zelf in handen had, was toestemming van de minister nodig.

Daarbij moest duidelijk zijn waarop de hack zich richtte, met welk doel en welke informatie de dienst wilde verkrijgen. Als de gebruiker aanvankelijk onbekend was en later werd geïdentificeerd, moest de dienst die informatie alsnog aan de toestemmingsverlener melden.

Dat maakt het verschil tussen twee stappen in Coles verhaal belangrijk. Gegevens over Kushner aantreffen tijdens onderzoek naar Russische spionage is iets anders dan vervolgens zelf zijn telefoon binnendringen. Voor die tweede stap komt de toestemming van de Nederlandse minister in beeld.

Dit gaat over meer dan een handtekening. Een dienst die toegang zoekt tot de telefoon van een naaste medewerker van de Amerikaanse president, neemt een besluit met gevolgen voor de relatie met een bondgenoot. De toestemming van een minister legt daarvoor politieke verantwoordelijkheid vast.

Rutte informeren lag voor de hand

Ook toenmalig premier Mark Rutte is daarom relevant. Bij zijn ministerie van Algemene Zaken zat de coördinator van de Nederlandse inlichtingendiensten. De wet voorzag bovendien in regelmatig overleg van de premier met de ministers van Defensie en Binnenlandse Zaken over het beleid voor die diensten.

Als de operatie verliep zoals Cole beschrijft, lag het politiek voor de hand Rutte te informeren. Het ging om de directe omgeving van Trump en om Russische toegang tot diens adviseur. Dat raakt zowel de Nederlandse veiligheid als de verhouding met de Verenigde Staten. Er was een vaste bestuurlijke route om zulke informatie bij de premier te brengen. Een bevestiging dat Rutte over deze operatie is ingelicht, is niet openbaar.

Ook over het informeren van Washington ontbreekt een concreet antwoord. Coles publicatie beschrijft Britse betrokkenheid bij het benaderen van een Russische hacker, maar legt niet vast dat Nederland de bevindingen aan een Amerikaanse dienst doorgaf. Daarmee blijft open of Nederland de Amerikanen waarschuwde voor een gehackte telefoon, de financiële informatie deelde of beide.

Wat kreeg Jetten mee?

De overdracht aan de huidige premier Rob Jetten loopt via Dick Schoof. Rutte werd in juli 2024 door Schoof opgevolgd; Jetten nam het premierschap op 23 februari 2026 van Schoof over.

Een kabinetswisseling hoeft kennis van gevoelige dossiers niet uit te wissen. Rutte legde tijdens zijn openbare verhoor over de toeslagenaffaire in 2020 uit dat zijn ambtenaren een opvolger zouden informeren over wat er speelde en een uitgebreid overdrachtsdossier zouden maken. Hij zou ook zelf voor de overdracht zorgen.

Voor Jetten is vooral van belang of het Kushner-dossier bij die wisselingen nog als een lopende of belangrijke kwestie werd behandeld. Een operatie uit 2018 gaat niet vanzelf mee in iedere briefing van een nieuwe premier. Of dit dossier aan Schoof en vervolgens aan Jetten is overgedragen, blijkt niet uit de openbare stukken die Het Bericht heeft gevonden.