Wie bij een zieke ouder woont en voor die ouder zorgt, kan na het overlijden ook zijn huis verliezen. Vooral volwassen kinderen die dan 28 jaar of ouder zijn, vallen buiten de speciale huurbescherming voor jonge wezen. Een wet die ook hen tijdelijk meer zekerheid moet geven, is nog niet klaar.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat die uitbreiding al in juni 2024 werd aangekondigd. Het kabinet verwachtte het wetsvoorstel in de eerste helft van 2025 naar de Tweede Kamer te sturen. Nu, ruim een jaar na die beoogde indiening, schrijft woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan opnieuw dat zij eraan werkt. Een nieuwe planning geeft zij niet.

Na mantelzorg ook onzekerheid over wonen

De aanleiding is een dochter uit Geldrop die al jaren voor haar ongeneeslijk zieke moeder zorgt. Volgens het Eindhovens Dagblad dreigt zij de huurwoning te moeten verlaten wanneer haar moeder overlijdt. PVV-Kamerleden Jeremy Mooiman en Vicky Maeijer vroegen de minister naar haar positie en die van andere inwonende mantelzorgers.

Boekholt-O’Sullivan noemt mantelzorgers onmisbaar, maar beoordeelt niet of de dochter recht heeft om te blijven. Voor inwonende kinderen van 28 jaar en ouder die geen medehuurder zijn, hangt voortzetting van de huur af van de vraag of zij met de overleden ouder duurzaam een huishouden vormden. Bij een geschil kan de rechter daarover beslissen. Langdurig zorgen maakt iemand dus niet automatisch medehuurder.

Wel een mogelijkheid, geen recht op twee jaar

De minister wijst op een tussenoplossing: verhuurders kunnen achterblijvende kinderen die de huur niet kunnen voortzetten een tijdelijk contract van maximaal twee jaar aanbieden. Dat geeft ruimte om te rouwen en andere woonruimte te zoeken. Maar het is een mogelijkheid voor de verhuurder, geen recht waarop de bewoner automatisch aanspraak kan maken.

Daar zit het verschil met de bestaande Wet huurbescherming weeskinderen. Die biedt sinds 2024 onder voorwaarden bescherming aan inwonende kinderen van 16 tot en met 27 jaar die ouderloos worden in een corporatiewoning. Zij kunnen tot hun 28e blijven. Ook daarna kan de corporatie de huur niet zomaar beëindigen: er moet andere passende woonruimte beschikbaar zijn.

Wie pas op zijn 28e of later een ouder verliest, valt buiten die bijzondere regeling. Het aangekondigde wetsvoorstel moet tijdelijke bescherming bieden aan achterblijvende kinderen ongeacht hun leeftijd en ongeacht of zij bij een corporatie of een particuliere verhuurder wonen. Zolang dat niet is geregeld, blijven de bestaande huurrechtelijke mogelijkheden en de bereidheid van de verhuurder bepalend.

Een beroep op coulance

Volgens Boekholt-O’Sullivan geven corporaties achterblijvende naasten meestal een half jaar of langer om een andere woning te zoeken en denken zij vaak mee over oplossingen. Zij verdedigt ook de toets op het gezamenlijke huishouden: huurcontracten mogen niet onbeperkt van ouder op kind overgaan terwijl anderen op een sociale huurwoning wachten.

Maar tijdelijk kunnen blijven wonen na een overlijden is iets anders dan de woning blijvend erven. Juist dat onderscheid lag al in 2024 aan de aangekondigde uitbreiding ten grondslag. Het kabinet waardeert dat kinderen thuis voor een ouder zorgen. Of zij na diens overlijden ook tijd krijgen om zonder dreigend woningverlies te rouwen, is voor de groep buiten de bijzondere regeling nog niet op dezelfde manier verzekerd.