Een schrijver kan een percentage van de luisteropbrengst afspreken zonder te kunnen controleren hoeveel geld dat werkelijk hoort op te leveren. Dat is de zwakke plek in de reactie van het kabinet op klachten over lage en ondoorzichtige luisterboekvergoedingen: het verwijst naar rechten en onderhandelingen, terwijl de benodigde informatie bij uitgevers en platforms zit.
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert laat afspraken met commerciële partijen vooral aan auteurs en uitgevers. In antwoorden aan SGP-Kamerlid Chris Stoffer noemt zij een passende en evenredige vergoeding een wettelijk recht. Op zijn verzoek om zelf met streamingplatforms over eerlijkere betaling te spreken, antwoordt zij dat het ministerie geen directe verantwoordelijkheid heeft.
Voor de online Bibliotheek zegt het ministerie wel een gesprek met betrokken partijen toe. Daar betaalt de Koninklijke Bibliotheek de uitgever volgens Letschert gemiddeld ruim een euro per uitlening van een luisterboek. Het auteursdeel bedraagt volgens haar vaak rond de 25 procent, afhankelijk van het contract. Een concrete toezegging voor hogere vergoedingen geeft zij niet.
Een kwart van welk bedrag
De minister verwijst naar het modelcontract tussen schrijvers en uitgevers. De toelichting daarvan noemt voor luisterboeken in licentie 25 procent van de netto-opbrengst: het bedrag dat de uitgever ontvangt, zonder btw. Dat is dus geen kwart van wat de luisteraar voor zijn abonnement betaalt.
Bij streaming hangt de opbrengst volgens die toelichting samen met de verdeling van abonnementsgeld en hoeveel een boek is beluisterd. De afrekening moet laten zien waar en in welke vorm inkomsten zijn behaald en hoe de vergoeding voor de auteur is berekend. Zonder die uitsplitsing zegt een afgesproken percentage weinig over de vraag of de uitbetaling klopt.
Dat is niet alleen een contractwens. De Auteurswet verplicht de uitgever in beginsel om minstens jaarlijks actuele, relevante en volledige informatie te geven over het gebruik van het werk, de opbrengsten en de verschuldigde vergoeding. Heeft de uitgever een licentie aan een streamingdienst gegeven en ontbreken gegevens, dan kan de auteur onder de wettelijke voorwaarden ook bij die licentienemer om informatie vragen.
De afrekening schiet volgens auteurs tekort
Onderzoeksbureau Verian vroeg in maart en april 2026 schrijvers en vertalers naar hun luisterboeken en inkomsten over 2024. In opdracht van de Auteursbond en Stichting Lira vulden 677 auteurs de vragenlijst volledig in. Een centrale uitkomst is dat royalty-overzichten vaak geen duidelijke uitsplitsing naar platform of soort gebruik geven. Bedragen verdwijnen dan onder verzamelposten als streaming of audio.
Het onderzoek laat zien wat deze auteurs uit hun afrekeningen konden achterhalen. Zij hadden geregeld geen exacte gegevens en moesten bedragen schatten. Die ontbrekende informatie is zelf het probleem: zonder inzicht in het gebruik van hun werk en de opbrengsten ervan kunnen zij nauwelijks controleren of hun contract wordt nageleefd.
De schrijver levert het werk waarvoor een luisteraar betaalt. De uitgever en het platform organiseren de verspreiding en beheren de inkomstengegevens. Als de schrijver die gegevens eerst moet loskrijgen, onderhandelen de partijen niet vanuit dezelfde kennis. Een recht op een passende vergoeding helpt pas wanneer de maker zijn aanspraak ook kan controleren.
Nieuwe wet, uitwerking blijft bij de sector
Sinds 1 januari 2026 geldt de Wet versterking auteurscontractenrecht. Die geeft collectieve onderhandelingen door verenigingen van makers meer steun: een vergoeding die zo is overeengekomen, wordt onder de wettelijke voorwaarden vermoed billijk te zijn. Gezamenlijk onderhandelen kan auteurs meer gewicht geven tegenover hun uitgever dan afzonderlijk om uitleg vragen.
Letschert ziet vooral daar de volgende stap. De Auteursbond en uitgevers spreken al met elkaar aan een auteursrechttafel. De Groep Algemene Uitgevers doet ook onderzoek naar streaminginkomsten, dat volgens de minister naar verwachting eind dit jaar verschijnt. Zij wil dat beide partijen hun onderzoeken gebruiken voor nieuwe afspraken.
Voor schrijvers blijft daarmee open wanneer zij een afrekening krijgen die de luisterinkomsten werkelijk controleerbaar maakt en of hun vergoeding omhooggaat. Het aangekondigde gesprek over de online Bibliotheek heeft nog geen concreet betaalresultaat; voor commerciële platforms verwijst de minister terug naar de sector.
