Een groep ging in Loosdrecht 's avonds op zoek naar mensen van kleur en intimideerde hen soms. Dat zei waarnemend burgemeester Mark Verheijen van Wijdemeren op 31 augustus bij Pauw & De Wit. Bijna twee maanden later vertelt minister van Justitie en Veiligheid David van Weel de Kamer niet hoeveel meldingen of aangiften hierover zijn gedaan en wat daarmee is gebeurd.
De minister noemt het opzoeken, volgen of controleren van mensen vanwege hun huidskleur onaanvaardbaar. Maar de concrete vragen van Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren blijven liggen: welke incidenten kent de politie, wat is onderzocht en zijn de patrouilles inmiddels gestopt?
Wel een grens, geen overzicht
Teunissen vroeg naar de burgerwacht die zich Defend Loosdrecht noemt. Die ontstond rond de protesten tegen de noodopvang voor asielzoekers. Van Weel meldt dat de groep actief is op sociale media en daar de oprichting van een buurtwacht aankondigde. Hij geeft geen overzicht van incidenten of aantallen aangiften. Op de vraag of de patrouilles nog plaatsvinden, volgt evenmin een concreet antwoord.
Volgens de minister mogen buurtwachten signalen doorgeven, maar niet voor eigen rechter spelen, intimideren of etnisch profileren. De verantwoordelijkheid voor optreden legt hij bij burgemeester, politie en Openbaar Ministerie. Welke maatregelen in Loosdrecht daadwerkelijk zijn genomen om mensen tegen intimidatie te beschermen, werkt hij niet uit.
De grens was in juni al uitgesproken
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de politie deze grens al maanden eerder publiek had uitgelegd. In een reportage van NH Nieuws van juni bevestigde een politiewoordvoerder dat de wijkagent met de buurtwacht had gesproken. De groep mocht als extra ogen en oren dienen; zelf optreden moest zij aan politie en gemeente overlaten.
In diezelfde reportage meldde het Centraal Orgaan opvang asielzoekers dat bewoners zich soms geïntimideerd voelden door mensen die hen op straat filmden, fotografeerden of obscene gebaren maakten. Volgens het COA was de wijkagent daarvan op de hoogte. De minister geeft nu geen nadere informatie over wat met signalen over intimidatie is gedaan.
Bij de omvang van de groep is een onderscheid nodig. De gemeente herkent zich volgens Van Weel niet in het beeld van dertig mensen die samen over straat gingen. NH beschreef in juni ongeveer dertig deelnemers in totaal, die in groepjes van twee of drie patrouilleerden. Dat zijn verschillende aantallen.
De opvang is dicht, de verantwoording blijft
De noodopvang in het voormalige gemeentehuis is inmiddels gesloten. Verheijen vertelde op 24 oktober bij NH Gooi dat de laatste bewoners die week waren vertrokken en de rust was teruggekeerd. Hij beschreef ook de verdeeldheid die de gebeurtenissen in buurten, families en verenigingen hadden achtergelaten.
Dat maakt de vraag naar bescherming op straat niet overbodig. Wie vanwege huidskleur wordt gevolgd of geïntimideerd, moet op de overheid kunnen rekenen. Een herhaling van wat een burgerwacht mag, laat nog niet zien of die bescherming ook is geboden. De nieuwe antwoorden geven de Kamer daar geen overzicht van.
