Gemeenten regelen hulp aan kinderen na femicide meestal via gewone jeugdhulp en slachtofferhulp. Er zijn wel gemeenten met een speciale aanpak of een vaste coördinator voor nabestaanden, maar dat is geen landelijk geregelde werkwijze. Dat schrijft minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk aan Kamerleden Songül Mutluer en Lisa Westerveld van PRO.
De gevolgen voor een kind houden niet op na de eerste opvang. Onderzoekers van de Universiteit Leiden beschreven in januari hoe kinderen na femicide ook hun huis en vertrouwde omgeving kunnen verliezen en soms van broers en zussen worden gescheiden. Daarnaast spelen vragen over geld, voogdij en contact met de dader, die vaak ook hun vader is. Het gaat daarmee om meer dan een behandeling voor trauma.
Verbeteringen uit juli nog niet afgerond
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het kabinet de belangrijkste verbeteringen vier maanden geleden al verkende. In een brief van 6 juli noemde het de landelijke richtlijn verouderd en onvoldoende bekend bij de betrokken organisaties. Ook toen werd al gekeken naar een gespecialiseerd team dat kennis over hulp na femicide kan bundelen.
In het nieuwe antwoord zijn de herziening van de richtlijn en de verkenning van een landelijk expertiseteam nog steeds gaande. Een startdatum voor zo'n team ontbreekt. Het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht is door de Kamerleden voorgesteld als landelijk expertisepunt, maar Sterk legt zich daar niet op vast. Zij wijst ook op kennis bij andere universitaire centra.
Dat laat een belangrijk verschil zien tussen hulp dichtbij huis en specialistische kennis. Een kind hoeft niet voor alle hulp naar één landelijk centrum. De jeugdbeschermer en de plaatselijke hulpverleners moeten die kennis wel kunnen inschakelen. Hoe het nieuwe expertiseteam hen daarbij gaat helpen, is nog niet besloten.
Voor de eerste dagen bestaan al afspraken
Voor minderjarige kinderen na partnerdoding is er wel een landelijke richtlijn voor de acute situatie. Die moet ervoor zorgen dat binnen 24 uur tijdelijke voogdij wordt geregeld: iemand krijgt dan de verantwoordelijkheid om beslissingen voor het kind te nemen. De jeugdbeschermer moet uiterlijk binnen zeven dagen een gespecialiseerd traumacentrum raadplegen over passende hulp.
Die termijnen zijn geen nieuwe toezegging. Ze staan al in het oorspronkelijke protocol dat in december 2013 inging. Een raadpleging binnen een week is bovendien iets anders dan een behandeling die binnen een week begint. Het nieuwe antwoord geeft geen cijfers over de naleving van die afspraken.
Voor de verdere ondersteuning moeten gemeenten passende hulp inkopen. Als dat vastloopt, bijvoorbeeld door een ingewikkelde hulpvraag of een wachtlijst, kunnen zij regionale teams met specialistische kennis inschakelen. Sterk benadrukt dat de hulp per kind kan verschillen.
Ook over geld voor hulp wordt nog gesproken
In juli sprak het kabinet al met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over het makkelijker regelen van zorgkosten en langdurige praktische, financiële en psychologische steun. Dat ging ook over jongvolwassen kinderen van femicideslachtoffers.
Die gesprekken hebben volgens Sterk plaatsgevonden. Het kabinet verkent nu welke betere afspraken mogelijk zijn. Een nieuwe landelijke regeling voor het betalen van die hulp wordt in het antwoord niet aangekondigd. Eind dit jaar moet de Kamer meer horen over de uitwerking.
