Een kind dat voor hulp ergens anders moet overnachten, kan terechtkomen in een pleeggezin, gezinshuis of behandelgroep. Bij bijna een kwart van de nieuwe trajecten moet de hulp eerst een crisis stabiliseren. Dat blijkt uit de cijfers over het eerste halfjaar van 2026 die het CBS op 30 oktober publiceerde. De hulpverlener beoordeelt of er bij de start een crisis is.

Het stijgende aandeel komt vooral doordat veel minder verblijfstrajecten zonder crisis beginnen. In de afgeronde CBS-cijfers daalt dat aantal van ongeveer 7.100 naar 5.200. Het aantal crisisstarts stijgt volgens het CBS met slechts 50. De crisiszorg neemt daardoor een groter deel van een krimpende instroom in. Het gaat om trajecten; een jongere kan meer dan één traject krijgen.

De krimp zit niet alleen in gesloten instellingen

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat ruim 95 procent van de afname van nieuwe verblijfstrajecten buiten de gesloten jeugdhulp valt. Dat volgt uit een eigen optelling van de vier verblijfsvormen in het CBS-rapport. De daling bij gesloten plaatsingen bedraagt 85 trajecten, op een totale afname van 1.820.

Nieuwe jeugdhulptrajecten met verblijf in het eerste halfjaar. Cijfers over 2026 zijn voorlopig; 2025 is nader voorlopig. Exclusief hulp uit een persoonsgebonden budget.
Vorm van verblijf20252026
Pleegzorg1.5151.150
Gezinsgerichte opvang, zoals gezinshuizen1.250830
Gesloten plaatsing395310
Overig verblijf, zoals leef- en behandelgroepen5.4354.485
Totaal8.5956.775

Ook buiten gesloten instellingen beginnen dus minder nieuwe verblijfstrajecten. Of gezinnen daarvoor voldoende passende hulp thuis krijgen, wordt in deze telling niet gevolgd. Dat onderscheid is belangrijk: minder verblijf kan betekenen dat een kind thuis verder kan, maar voor een gezin dat een plek nodig heeft telt of die hulp ook beschikbaar is.

Alternatieven zijn nog niet op orde

Bij de afbouw van gesloten jeugdhulp waarschuwt de Nederlandse Zorgautoriteit juist voor die beschikbaarheid. In haar monitor over 1 juli schrijft zij dat de vraag naar gespecialiseerde hulp voor deze jongeren niet afneemt. Op 16 oktober meldde de toezichthouder bovendien signalen dat onvoldoende passende alternatieven worden ontwikkeld. Het streven is om in 2030 zo dicht mogelijk bij nul gesloten plaatsen te komen.

Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk erkende op 25 september dat het nog onvoldoende lukt om eerder passende hulp thuis te bieden en voldoende alternatieven voor gesloten zorg te organiseren. Kinderen komen daardoor volgens haar vaker terecht in onwenselijke, dure oplossingen, zoals één-op-éénplaatsingen op vakantieparken.

Sterk kondigde voor 2026 tot en met 2028 in totaal 77 miljoen euro voor jeugdregio’s aan om verblijf te voorkomen of te verkorten. Ook wil zij breder laten volgen welke verblijfshulp beschikbaar is. De bestaande kwartaalmonitor brengt vooral de gesloten jeugdhulp in beeld. Onze optelling laat zien dat de afname van nieuwe verblijfstrajecten zich veel breder afspeelt.

Latere aanleveringen kunnen de cijfers verhogen

De nieuwe telling is nog onvolledig. Aanbieders leveren later ook trajecten aan die al eerder begonnen. Het CBS verwacht daarom dat de voorlopige aantallen stijgen. Bij jeugdhulp in natura als geheel verwacht het bureau ongeveer 398.000 jongeren in plaats van de nu getelde 383.000. De daling ten opzichte van het eerste halfjaar van 2025 zou daarmee ongeveer 1,7 procent bedragen, in plaats van ruim 5 procent in de eerste telling.

Of de lagere instroom samengaat met voldoende passende hulp thuis, laat deze publicatie niet zien.