Premier Rob Jetten blijft achter zijn waarschuwing dat goed gefinancierde organisaties gelijke rechten voor vrouwen en lhbtiq+-mensen ondergraven. Op het D66-congres van 27 september zei hij dat zij daarbij meer macht willen krijgen en hun eigen zakken vullen. Op de vraag wie zich dan verrijkt en met welke bedragen, geeft hij nu geen afzonderlijk antwoord.
De premier verwijst in antwoorden aan Gideon van Meijeren (FVD) en Mona Keijzer (Lid Keijzer) naar vijf publicaties over de internationale anti-genderbeweging. Daarmee bedoelt hij organisaties die zich verzetten tegen onder meer vrouwenrechten, seksuele en reproductieve rechten en de rechten van lhbtiq+-personen.
Dat netwerk is onderwerp van serieus onderzoek. De studies beschrijven financiering, internationale samenwerking en pogingen om rechten terug te draaien. De vragen naar concrete personen of organisaties die zich verrijken, bedragen en aanvallen per organisatie beantwoordt Jetten met een algemene verwijzing naar die onderzoeken.
Wat de onderzoeken over geld laten zien
Een van de aangehaalde stukken is een bijdrage van het European Parliamentary Forum for Sexual and Reproductive Rights (EPF) aan een Kamerbijeenkomst in april. EPF, een netwerk van parlementariërs dat seksuele en reproductieve rechten verdedigt, beschrijft geldstromen vanuit onder meer Europa, de Verenigde Staten en Rusland. Voor Nederlandse organisaties in zijn selectie noemt het 44,8 miljoen dollar over 2019 tot en met 2023.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het EPF-bedrag de totale jaarinkomsten van geselecteerde organisaties betreft. Bij grote organisaties met verschillende activiteiten kan EPF niet vaststellen welk deel specifiek naar campagnes tegen gelijke rechten gaat. Het bedrag is dus geen optelsom van uitsluitend campagne-uitgaven of aangetoonde zelfverrijking.
Een andere aangehaalde studie, uit 2023 van onderzoeksinstituut UNRISD van de Verenigde Naties, beschrijft hoe conservatieve religieuze organisaties over landsgrenzen samenwerken en investeren in lobby, bijeenkomsten en denktanks. De onderzoekers laten zien hoe die beweging bestaande rechten probeert te beperken via politieke en maatschappelijke invloed.
Voor mensen die afhankelijk zijn van bescherming tegen discriminatie gaat het om meer dan een woordenstrijd. Zulke campagnes richten zich op rechten rond bijvoorbeeld seksualiteit, zwangerschap en gelijke behandeling. Juist daarom doet het ertoe welke organisaties waarvoor verantwoordelijk zijn en hoe hun geld wordt ingezet. De onderbouwing van dat netwerk en een beschuldiging van zelfverrijking vragen elk om concrete feiten.
Zeventien vragen krijgen één antwoord
Keijzer vroeg onder meer welke organisaties Jetten bedoelde, wie hen financierde, uit welke landen het geld kwam en wie er volgens hem aan verdiende. De premier beantwoordt haar zeventien vragen gezamenlijk. Hij handhaaft de kern van zijn waarschuwing en verwijst naar de vijf publicaties. Namen met een bijbehorende uitleg van zelfverrijking geeft hij niet.
Ook Van Meijeren vroeg naar het bewijs voor de bewering over het vullen van zakken. Die vraag beantwoordt Jetten samen met vijf andere vragen over de organisaties en hun handelen. Hij schrijft dat hij in algemene zin op de goed gefinancierde internationale beweging wilde wijzen.
Over zijn uitspraak dat hij betrokkenen op hun bek wilde slaan, zegt Jetten dat die overdrachtelijk was bedoeld en geen oproep tot geweld vormde. Hij omschrijft zijn woorden als een spontane uiting van zijn inzet voor gelijke rechten.
