De politie herkent in de Amsterdamse binnenstad signalen dat winkeldieven agressiever worden, personeel intimideren en foto’s van medewerkers maken. Hoe vaak de gemelde intimidatie door asielzoekers tot vervolging leidt, maken de kabinetsantwoorden niet duidelijk.

Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink schreef dit in antwoorden uit september, die vandaag in Officiële bekendmakingen zijn verschenen. Hij antwoordde mede namens minister van Justitie en Veiligheid David van Weel op vragen van Diederik Boomsma en Simon Ceulemans (beiden JA21).

De politie herkent de signalen in algemene zin. Een getelde ontwikkeling over meerdere jaren wordt niet gegeven. Ook het aandeel politietijd dat aan de genoemde groepen wordt besteed, is volgens de minister niet uit de registratie te halen.

Landelijke cijfers beantwoorden de lokale vraag niet

Voor cijfers over criminaliteit onder bewoners van asielopvang verwijst Van den Brink naar het WODC, het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat die landelijke monitor de specifieke vraag over het Amsterdamse winkelpersoneel niet beantwoordt.

De monitor beschrijft bewoners van COA-locaties en tijdelijke gemeentelijke opvang, en telt ook hoe het Openbaar Ministerie hun zaken afhandelt. Zo vermeldt hij voor 2025 landelijk 140 afgehandelde zaken over bedreiging en stalking. Een uitsplitsing naar de bedoelde winkelstraten, bedreigd winkelpersoneel en de gemelde intimidatie ontbreekt. De vragen gaan bovendien ook over arbeidsmigranten; die vallen niet als aparte doelgroep binnen deze opvangmonitor.

De landelijke cijfers kunnen dus niet laten zien hoe vaak juist deze winkelmedewerkers na een bedreiging een strafzaak zien volgen. Evenmin onderbouwen ze een algemene stijging van criminaliteit door migranten in Amsterdam. Daarvoor zijn cijfers nodig die dezelfde groep, plaats en gedragingen over de tijd volgen.

Extra toezicht, maar specifieke vervolgingscijfers ontbreken

Het kabinet noemt extra toezicht in de winkelstraten en gerichte politie-inzet na signalen van ondernemers en beveiligers. De politie werkt daarvoor samen met de vreemdelingenpolitie, de IND en het COA. Ook kunnen plaatselijk gebiedsverboden worden opgelegd.

Die inzet is voor personeel van belang, maar een opsomming van maatregelen laat nog niet zien wat de bescherming oplevert. Voor werknemers gaat het erom of de bedreiging stopt en of zij daarna veilig hun werk kunnen doen. De antwoorden geven geen specifiek vervolgingsoverzicht voor de intimidatie waarover de vragenstellers aan de bel trokken.