Strandbezoekers weten nog niet welke beperkingen de bescherming van vogels voor de Hollandse kust kan meebrengen. Minister Jaimi van Essen (Landbouw, D66) kan afsluitingen niet uitsluiten, omdat het maatregelenpakket nog moet worden gemaakt. Hij wil permanente sluitingen zoveel mogelijk voorkomen.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de onderzochte gebiedsgrenzen op zee liggen. In het rapport waarmee het kabinet de bescherming onderbouwt, vormt de laagwaterlijn de grens aan de landkant. Dat is de lijn tot waar de zee zich bij eb terugtrekt. De basisvariant loopt ongeveer 85 kilometer langs de kust, van de Nieuwe Waterweg tot Bergen aan Zee.
Dat maakt de aanwijzing van een vogelgebied iets anders dan een besluit om stranden af te sluiten. De precieze grenzen en de maatregelen moeten afzonderlijk worden uitgewerkt. In een ambtelijke nota van 7 oktober staat dat ook de begrenzing nog niet bekend was. De nieuwe antwoorden noemen geen concrete stranden waar toegang beperkt gaat worden.
De vogels gebruiken zee én oever
Het onderzoek van Waardenburg Ecology en Sovon laat zien waarom dit zeegebied bescherming verdient. Alle onderzochte varianten voldoen volgens de onderzoekers aan de selectiecriteria voor een beschermd vogelgebied. Onder meer dwergmeeuwen, kleine mantelmeeuwen en grote sterns gebruiken het gebied. Zij vinden er voedsel en rust.
Het rapport is uit 2024 en werd in januari 2026 openbaar gemaakt. Hoewel de onderzochte grenzen bij de laagwaterlijn stoppen, kijken de onderzoekers ook naar vogels die op aangrenzende stranden en pieren rusten en op zee voedsel zoeken. Die samenhang is relevant: een grens op een kaart vertelt niet op zichzelf welke menselijke activiteiten vogels verstoren.
Van Essen verwijst naar de Europese Vogelrichtlijn en de Nederlandse selectiecriteria. Volgens hem voldoet het gebied daar ruimschoots aan en riskeert Nederland een Europese procedure wanneer aanwijzing uitblijft. De ecologische onderbouwing ligt er dus al; de gevolgen voor het gebruik van het gebied zijn nog niet uitgewerkt.
Pas later duidelijk welke activiteit waar mag
De maatregelen komen in een beheerplan dat Rijkswaterstaat binnen drie jaar na de aanwijzing moet opstellen. Daarover overleggen onder meer de betrokken ministeries, Noord-Holland en Zuid-Holland met gebruikers van het gebied. Als beperkingen nodig zijn, wil de minister die zo gericht mogelijk houden in plaats en tijd. Hij noemt bijvoorbeeld wintermaanden, wanneer veel vogels aanwezig zijn.
Caroline van der Plas (BBB) vroeg of afsluitingen zoals bij beschermde kustbroedvogels in Zeeland ook langs de Hollandse kust kunnen volgen. Het Zeeuwse voorbeeld bepaalt de uitkomst hier niet. Voor de Hollandse Kust moet nog worden vastgesteld welke maatregelen nodig zijn voor de vogels die van dit gebied afhankelijk zijn. Het uitgangspunt om permanente sluitingen te voorkomen biedt strandbezoekers nog geen garantie over tijdelijke of plaatselijke beperkingen.
