Wie tijdens het werk in de zorg wordt mishandeld en aangifte doet, moet weten wat er met die zaak gebeurt. Toch bevatten de vernieuwde afspraken tussen politie en Openbaar Ministerie geen vaste termijn voor het eerste bericht over de zaak. Ook krijgt niet ieder slachtoffer één vast aanspreekpunt tijdens de strafzaak.

Dat schrijft minister van Justitie en Veiligheid David van Weel, mede namens zorgminister Mirjam Sterk, aan BBB-Kamerlid Caroline van der Plas. De politie kan met haar huidige systemen niet voor alle aangiften bijhouden of slachtoffers tijdig en volledig worden geïnformeerd.

Wel een streven voor aangifte, geen termijn voor bericht

De afspraken gelden voor geweld tegen mensen met een publieke taak, onder wie verpleegkundigen, leraren en agenten. Ze moeten zorgen dat zulke zaken voorrang krijgen. De nieuwe versie is op 30 september naar de Kamer gestuurd.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de afspraken wel een concreet streven noemen voor het opnemen van de aangifte: in beginsel binnen 48 uur. Voor het eerste bericht over de voortgang ontbreekt zo'n termijn. De nieuwe antwoorden bevestigen dat verschil. Van Weel wijst erop dat de tijd die een zaak kost per onderzoek en wijze van afhandeling verschilt.

Een aangifte snel opnemen en daarna laten weten wat ermee gebeurt, zijn verschillende dingen. De snelheid van vervolging zegt op zichzelf niet of het slachtoffer intussen informatie krijgt. Juist dat laatste kan de politie niet voor alle aangiften controleren.

Dominique kreeg inmiddels excuses

Aanleiding is de zaak van ggz-medewerker Dominique, over wie Pointer berichtte. Zij vertelde de omroep dat ze in oktober 2024 door een patiënt was aangevallen. Na haar aangifte hoorde ze lange tijd nauwelijks iets van de politie. In mei van dit jaar beloofde Van Weel bij de herziening van de afspraken te kijken hoe slachtoffers beter konden worden geholpen.

De politie heeft inmiddels contact met haar en heeft excuses aangeboden voor de vertraging, schrijft de minister nu. Er worden stappen gezet om haar aangifte definitief af te handelen. Welke uitkomst die krijgt, staat nog niet in de antwoorden.

Zelf navragen blijft een uitweg

Slachtoffers hebben al recht op informatie. Het OM stuurt volgens zijn eigen aanwijzing in beginsel een bericht wanneer de politie de zaak heeft doorgestuurd. Wie om informatie over de voortgang vraagt, moet de wettelijk voorgeschreven berichten ontvangen. Die bestaande rechten blijven gelden.

Van Weel noemt het praktisch onhaalbaar om in duizenden zaken steeds één persoonlijk aanspreekpunt te garanderen. Er zijn wel vaste contactpersonen voor dit soort geweldszaken bij iedere politie-eenheid en ieder regionaal OM-kantoor. Die kunnen helpen als de behandeling vastloopt. Slachtoffers kunnen ook zelf bij het Slachtofferloket navragen hoe hun aangifte ervoor staat.

Voor iemand die na geweld probeert te herstellen, betekent dat opnieuw zelf achter informatie aan gaan wanneer berichten uitblijven. Door beperkingen van de politiesystemen is niet voor alle aangiften te volgen of slachtoffers tijdig en volledig bericht krijgen.

Politie en OM gaan de uitvoering van de afspraken zelf volgen en betrekken daarbij ook werkgevers. Het ministerie bespreekt dat jaarlijks met hen. Een nieuwe onafhankelijke evaluatie vindt Van Weel nu niet nodig.