Huishoudens minder belasting laten betalen over gas kan de Nederlandse overheid Europees geld kosten. Nederland heeft namelijk geld uit het Europese coronaherstelfonds gekoppeld aan afspraken over de energiebelasting. Wie die afspraken terugdraait, riskeert minder geld uit het fonds te krijgen.
Dat bevestigt minister van Financiën Eelco Heinen in antwoorden aan Kamerleden Milan Schenk en Pepijn van Houwelingen van FVD. Hoeveel Nederland bij een concrete verlaging van de gasbelasting zou mislopen, vermeldt hij niet.
Meer belasting op gas, minder op stroom
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de afspraken verder gaan dan een hogere gasbelasting. De Europese voorwaarden schrijven ook minder belasting op stroom voor. Zo moeten huishoudens en bedrijven minder energie gaan gebruiken en overstappen op schonere energie.
Voor het eerste deel van het gasverbruik moet de belasting in 2026 minstens 3,5 cent per kubieke meter hoger zijn dan in 2023. Bij stroom moet de belasting juist minstens 3,5 cent per kilowattuur lager zijn. Bij die vergelijking is rekening gehouden met de algemene prijsstijgingen tussen 2023 en 2026.
Ook grootverbruikers moeten voor de hoogste delen van hun gas- en stroomverbruik meer belasting per eenheid betalen. Zij betalen daar lagere tarieven dan over het eerste deel van hun verbruik. Dat voordeel moet kleiner worden.
Voor huishoudens is vooral van belang wat onderaan de energierekening overblijft. Minder belasting op stroom vangt meer belasting op gas niet vanzelf op: hoeveel een huishouden bespaart of extra betaalt, hangt af van zijn gas- en stroomverbruik. Het geld dat de overheid uit Brussel krijgt, verlaagt op zichzelf de rekening thuis niet.
De Kamer mag kiezen, maar die keuze kan geld kosten
De Tweede Kamer mag de belastingwet veranderen. Door de koppeling aan het herstelgeld heeft zo'n besluit wel een extra prijskaartje als het een Europese afspraak terugdraait. Volgens Heinen had Nederland de belastingplannen al gemaakt en financieel verwerkt toen het ze in 2022 aan het fonds verbond. De Kamer is daarover geïnformeerd. Nederland drong zelf aan op strenge voorwaarden voor landen die geld uit het fonds krijgen.
Heinen noemt ongeveer €653 miljoen als mogelijke vermindering van het herstelgeld wanneer een belangrijk onderdeel van de afspraken niet wordt uitgevoerd. Dat bedrag is geen berekening voor een lagere gasbelasting. De Europese Commissie beoordeelt hoeveel geld Nederland bij een geschonden afspraak misloopt.
De voorwaarden gelden volgens Heinen tot het einde van het fonds op 31 december 2026. Tot die tijd kan ook het terugdraaien van afspraken waarvoor al geld is uitbetaald financiële gevolgen hebben.
€661 miljoen was al overgemaakt
Bij controle van de betalingen vond Het Bericht ook een achterhaald gegeven in het antwoord. Heinen schrijft op 15 oktober dat de vierde betaling van €661 miljoen nog wordt afgerond. De Europese Commissie meldde een dag eerder al dat het geld was overgemaakt. Over het vijfde en laatste verzoek, van €1,7 miljard, moet de Commissie volgens de minister nog oordelen.
