De accu van een elektrische auto en de batterij die zonnestroom bewaart, hebben meer nodig dan een fabriek waar de cellen worden gemaakt. Ook de materialen in die cellen moeten worden geleverd. Grafiet is zo’n belangrijk bestanddeel. Van de wereldwijde verwerking daarvan vond in 2025 volgens de nieuwe CBS-publicatie 94 procent in China plaats.

Het CBS waarschuwt dat invoer uit een Europees land die afhankelijkheid kan verhullen. Een Nederlandse afnemer koopt dan bij een Europese leverancier, terwijl eerder in de productie nog steeds Chinese materialen nodig zijn. Wie alleen naar het laatste land van levering kijkt, ziet een deel van het risico niet.

De fabriek is maar één schakel

Het Internationaal Energieagentschap laat zien hoe sterk de batterijproductie in China is geconcentreerd. In 2025 maakte China ruim 80 procent van de batterijcellen ter wereld. Bij het materiaal voor de anode, een belangrijk onderdeel van elektrische-autobatterijen, lag dat aandeel zelfs boven 90 procent.

Meer cellen in Europa produceren kan hier werk en kennis opleveren. Maar een Europese fabriek heeft ook aanvoer van bruikbare batterijmaterialen nodig. Als die verwerking elders geconcentreerd blijft, houdt die leverancier invloed op de beschikbaarheid. De Europese Commissie wijst erop dat beperkingen op Chinese grondstoffenleveringen Europese bedrijven al hebben gehinderd bij hun inkoop.

Dat raakt ook de verduurzaming. Batterijen zijn nodig voor elektrisch vervoer en voor het bewaren van stroom wanneer zon en wind meer leveren dan op dat moment wordt gebruikt. Voor die voorzieningen telt niet alleen hoeveel fabrieken Europa bouwt, maar ook wie hun materialen kan leveren.

Nederlands recyclingproject heeft de fabriek nog voor zich

Een Nederlandse route naar minder afhankelijkheid loopt via afgedankte batterijen. Op 9 oktober kreeg Back to Battery Europese erkenning als strategisch grondstoffenproject. Het bedrijf wil onder meer lithium, kobalt, nikkel en grafiet terugwinnen voor de Europese markt. Zulke projecten krijgen begeleiding bij vergunningen en betere toegang tot financiering.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de erkenning bij dit project vooruitloopt op grootschalige productie. We legden de aankondiging van de Rijksoverheid naast een later interview op het ondernemersplatform van de gemeente Rotterdam en de ontwikkelplanning van het bedrijf zelf.

De Rijksoverheid beschreef een start met 2.000 ton per jaar en een latere opschaling. In het op 12 oktober gepubliceerde interview is de fabriek voor die eerste 2.000 ton nog de volgende stap. Het bedrijf zoekt volgens dat interview het komende jaar geschikte locaties in de Rotterdamse haven. Het gaat om de hoeveelheid te verwerken batterijmateriaal, niet om 2.000 ton teruggewonnen grafiet.

Ook de eigen website plaatst de demonstratielijn onder de volgende ontwikkelfase, in 2026 en 2027. Daarvóór vermeldt het bedrijf laboratoriumonderzoek en een proefinstallatie. De techniek is dus verder dan een idee op papier, maar de eerste grotere fabriek moet volgens deze planning nog worden gerealiseerd.

Erkenning levert nog geen grondstoffen

Recycling kan waardevolle materialen in Europa houden, in plaats van telkens nieuwe aanvoer van buiten Europa nodig te hebben. Daarvoor moeten terugwinning en verwerking wel op schaal gaan werken. Een strategisch label helpt een project op weg; het is nog geen geleverde grondstof.

De Europese grondstoffenaanpak mikt voor 2030 op eigen verwerkingscapaciteit voor 40 procent van de jaarlijkse EU-behoefte aan strategische grondstoffen en recyclingcapaciteit voor 25 procent. Dat zijn Europese doelen. Voor het Nederlandse batterijproject ligt eerst de stap van proefinstallatie naar demonstratiefabriek op tafel.