Eén EU-land kan de verlenging van sancties tegenhouden. Nederland wil dat op onderdelen van het buitenlandse beleid veranderen: een ruime meerderheid moet dan kunnen beslissen. Maar bij Europese afspraken over sociale zekerheid wil het kabinet zelf kunnen blijven blokkeren. Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen legt die keuze uit in antwoord op vragen van zelfstandig Kamerlid Mona Keijzer.

De Europese Commissie wil de besluitvorming aanpassen met het oog op een grotere EU. Zij bepleit minder veto’s bij onder meer sancties, maatregelen tegen belastingfraude en fiscale maatregelen rond energie. Ook sociale bescherming staat op de lijst. Nederland steunt dus geen algemene afschaffing van het vetorecht, maar kiest per onderwerp.

De beslisnota trekt de grens scherper

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de voorbereidende beslisnota explicieter is over wat het kabinet voorlopig afwijst. In die nota van 19 oktober staat dat het kabinet op dat moment geen voorstander is van meer meerderheidsbesluiten op de andere genoemde terreinen. Als voorbeelden noemt de nota sociale zekerheid en EU-uitbreiding.

Bij uitbreiding gaat het voorstel van de Commissie over tussenstappen in onderhandelingen met kandidaat-lidstaten. Eén land zou die stappen dan niet meer alleen kunnen tegenhouden. In het openbare antwoord volgt voor die keuze nog geen afzonderlijke Nederlandse beoordeling. Berendsen verwijst naar een uitgebreidere kabinetsreactie die later naar de Kamer komt. Ook voor de voorstellen over belastingen werkt hij de Nederlandse positie nog niet uit.

Wat staat er voor werknemers op het spel?

Bij sociale zekerheid verwijst Berendsen naar de samenhang met nationale belastingen, inkomensverdeling en pensioenstelsels. Het kabinet wil op dit terrein Europese afspraken alleen kunnen maken als alle lidstaten instemmen.

Die afspraken raken de bescherming waarop werknemers kunnen rekenen als zij hun inkomen verliezen of met pensioen gaan. Wie daarover beslist, is dus meer dan een Brusselse procedurekwestie. Een veto geeft Nederland een eigen rem. Het geeft andere landen dezelfde mogelijkheid om gezamenlijke verbeteringen tegen te houden.

De Europese verdragen stellen bovendien al grenzen aan wat de EU op dit terrein mag regelen. Artikel 153 beschermt het recht van lidstaten om de grondbeginselen van hun socialezekerheidsstelsel vast te stellen. Europese maatregelen mogen ook geen aanmerkelijke gevolgen hebben voor het financiële evenwicht daarvan. Een andere stemprocedure heft die bescherming niet op en geeft de EU geen nieuwe bevoegdheden.

Sneller besluiten betekent ook dat Nederland kan verliezen

Voor onderdelen van het buitenlandse beleid maakt het kabinet de omgekeerde afweging. Bij bijvoorbeeld het verlengen van sancties wil het voorkomen dat één lidstaat noodzakelijk gezamenlijk optreden stillegt. Daar staat tegenover dat ook Nederland bij zo’n besluit in de minderheid kan belanden.

De veto’s zijn met deze plannen nog niet afgeschaft. Daarvoor zijn afzonderlijke besluiten nodig. Bij de algemene verdragsroute moeten alle regeringsleiders instemmen, is goedkeuring van het Europees Parlement nodig en kan een nationaal parlement binnen zes maanden bezwaar maken. Voor buitenlands beleid bestaat daarnaast een eigen route.