Eemshaven is sinds 1 juli geschrapt als gebied waar ruimte wordt vrijgehouden voor kernenergie. Toch blijven twee plekken bij de haven kandidaat voor twee nieuwe kerncentrales. Het kabinet erkent dat daarvoor in Groningen geen politiek-bestuurlijk draagvlak bestaat, maar sluit de provincie niet uit.
Staatssecretaris Jo-Annes de Bat beroept zich op het risico dat een locatiebesluit juridisch sneuvelt als Eemshaven buiten het onderzoek blijft. Maar onderzoek is geen bouwplicht. In het juridische advies waarop het kabinet zich baseert, staat juist dat het bestuur na dat onderzoek ook andere belangen mag laten meewegen bij de uiteindelijke keuze.
Het verschil is belangrijk voor de regio: een gunstige technische beoordeling neemt de beslissing over de komst van kerncentrales niet over van de politiek.
De Groningse afwijzing blijft een afwegingspunt
Kamerlid Sjoukje van Oosterhout van PRO vroeg om Groningen onvoorwaardelijk buiten de plannen te houden. In zijn antwoorden, ontvangen op 17 augustus en gepubliceerd op 8 oktober, geeft De Bat die toezegging niet. Hij houdt vast aan een voorkeur voor Zeeland als na onderzoek meerdere locaties geschikt blijken.
Bij de start van de procedure in 2024 werd Eemshaven nog buiten het locatieonderzoek gehouden. In februari 2025 draaide het toenmalige kabinet dat terug, na advies van de landsadvocaat. Die kon niet garanderen dat uitsluiting stand zou houden bij de Raad van State. Kameruitspraken tegen een kerncentrale vormen volgens het advies wel degelijk een argument, maar het is onzeker of dat argument alleen voldoende is om een technisch bruikbare locatie niet te onderzoeken.
Het kabinet koos ervoor dat juridische risico te vermijden. De afspraak om Eemshaven als gereserveerd kernenergiegebied te schrappen bleef daarnaast bestaan. Die wijziging is volgens De Bat op 1 juli doorgevoerd. De ruimtelijke reservering verdween; de mogelijkheid om Eemshaven na vergelijking met andere locaties te kiezen bleef.
Een goed stroomnet maakt een locatie nog niet aanvaardbaar
De overgebleven Groningse plekken liggen in de Emmapolder en bij de Eemscentrale. Volgens netbeheerder TenneT kunnen nieuwe kerncentrales in Eemshaven op het hoogspanningsnet worden ingepast zonder extra investeringen boven op de al geplande netuitbreidingen. Dat is een concreet voordeel tegenover Terneuzen, de enige overgebleven Zeeuwse kandidaat.
In Zeeland dreigt veel meer stroomproductie dan lokaal kan worden gebruikt of naar andere regio's kan worden vervoerd. TenneT ziet daar alleen ruimte voor nieuwe kernenergie met ingrijpende keuzes: meer stroomverbruik door industrie en andere afnemers, het beperken van productie of kostbare maatregelen om het net te ontlasten. Meer lokale stroomvraag is ook zonder nieuwe kerncentrales nodig door het groeiende aanbod van windenergie.
Dat verklaart waarom het kabinet de Zeeuwse voorkeur niet eenvoudig kan uitvoeren. Het geeft Groningen nog geen instemming. Het juridische advies benadrukt dat een locatie die gunstig uit het milieuonderzoek komt niet vanzelf de gekozen locatie hoeft te worden.
De afweging gaat bovendien over publiek geld. Voor de eerste fase van de nieuwe centrales gaat het kabinet uit van volledige publieke financiering. De kosten van aansluiting, extra stroomvraag en ingrepen in andere energieprojecten horen dus bij de vergelijking tussen locaties. Voor de regio die wordt gekozen gaat het daarnaast om grond, leefomgeving en invloed op een langdurige verandering van het gebied.
Grondeigenaren merken de voorbereiding al
Op gronden bij Eemshaven en Terneuzen is al een voorkeursrecht gevestigd. Eigenaren die willen verkopen moeten hun grond in beginsel eerst aan de Staat aanbieden. Het kabinet wil daarmee grondspeculatie en versnippering voorkomen. Eigenaren worden niet tot verkoop verplicht en het gebruik van de grond verandert door dit recht niet.
Voor hen heeft de voorbereiding dus al gevolgen, terwijl de locatiekeuze nog openligt. De actuele projectpagina noemt nog steeds de twee Eemshavense plekken en Terneuzen als kandidaten. Het kabinet wil voor het einde van 2026 richting geven; de ontwerpkeuze wordt naar verwachting in de eerste helft van 2027 ter inzage gelegd. Dan kunnen betrokkenen formeel reageren op de keuze en de onderliggende onderzoeken.
