Minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken besloot op 25 september niet deel te nemen aan de herdenking van de Durban-antiracismeconferentie. Toen ambtenaren op 2 oktober zijn antwoord aan de Kamer voorbereidden, was dat besluit al gedeeld met het Centrum Informatie en Documentatie Israël, CIDI. De vrijgegeven beslisnota vermeldt die eerdere terugkoppeling uitdrukkelijk.
SGP-Kamerlid Chris Stoffer en ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder hadden op 22 september om bevestiging gevraagd dat Nederland zou wegblijven. Zij wilden nog diezelfde week antwoord, vóór de bijeenkomst van 28 september. De schriftelijke antwoorden werden op 7 oktober ontvangen, negen dagen na de herdenking.
Berendsen reageert op dat verzoek om spoed met de mededeling dat hij binnen de geldende termijn van drie weken heeft geantwoord. De beantwoording kwam vijftien dagen na de vragen. Daarmee was de gewone termijn gehaald, maar het door de vragenstellers gevraagde moment gepasseerd.
De organisatie kreeg eerder bericht
CIDI had in een brief van 10 september opgeroepen de bijeenkomst te boycotten. De organisatie wilde daarmee een politiek signaal tegen antisemitisme afgeven. Die oproep vormde ook de aanleiding voor de vragen van Stoffer en Ceder.
De organisatie die om wegblijven vroeg, kreeg over het besluit terugkoppeling terwijl de gevraagde schriftelijke bevestiging aan de Kamer nog uitbleef. De nota noemt geen verzenddatum van het bericht aan CIDI. Wel legt zij vast dat de organisatie op 2 oktober al was geïnformeerd; het Kamerantwoord volgde vijf dagen later. De parlementaire uitleg kwam daarmee pas toen de keuze om deel te nemen niet meer aan de orde was.
| Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| 22 september | Stoffer en Ceder vragen nog die week bevestiging dat Nederland niet deelneemt. |
| 25 september | De minister besluit weg te blijven, volgens de beslisnota. |
| 28 september | De VN-bijeenkomst vindt plaats zonder Nederlandse deelname. |
| 2 oktober | De beslisnota vermeldt dat CIDI al over het besluit is geïnformeerd. |
| 7 oktober | De schriftelijke antwoorden worden door de Kamer ontvangen. |
Afstand van uitingen rond de conferentie
De bijeenkomst in New York herdacht de verklaring en het actieprogramma die in 2001 in Durban werden aangenomen om racisme en discriminatie te bestrijden. Berendsen motiveert de Nederlandse afwezigheid onder meer met het herdenkingskarakter. Juist de conferentie van 2001 stond centraal, met de antisemitische uitingen die volgens het kabinet destijds in de marge plaatsvonden.
De oorspronkelijke verklaring benoemt zelf zorgen over toenemend antisemitisme en islamofobie en stelt dat de Holocaust nooit vergeten mag worden. Zij erkent ook de slavernij en slavenhandel als misdaad tegen de menselijkheid en de voortdurende gevolgen voor getroffen groepen. Het kabinet zegt dat zijn afwezigheid niets verandert aan de inzet tegen racisme, discriminatie en antisemitisme of aan de erkenning van het slavernijverleden.
Noorwegen benoemde bezwaren vanuit de zaal
Noorwegen nam wel deel. In zijn officiële toespraak erkende de Noorse delegatie bezwaren tegen het Durban-proces en tekortkomingen uit het verleden. Voor Noorwegen waren die een reden om op een bredere internationale overeenstemming aan te sturen. De delegatie benoemde daarbij expliciet antisemitisme en islamofobie.
Zo waren bij dezelfde bijeenkomst twee diplomatieke routes zichtbaar: Nederland koos voor afstand, Noorwegen voor deelname met uitgesproken bezwaren. De Noorse delegatie koppelde die inzet aan concreet nationaal beleid, met toegang tot werk en de ervaringen van jongeren met racisme en discriminatie als aandachtspunten.
