De 22 tuimelaardolfijnen in het Dolfinarium in Harderwijk mogen er volgens het nieuwe kabinetsplan blijven. Ook na een fokverbod kunnen er nog tientallen jaren dolfijnen in Nederland worden gehouden. Het park kan bovendien een opvangplek worden voor dieren uit het buitenland, zolang die instroom de groep niet blijvend verjongt.
Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kondigt die koers aan in zijn antwoorden aan PvdD-Kamerlid Ines Kostić en een begeleidende brief van 14 oktober. Hij wil het houden van dolfijnen uiteindelijk beëindigen, maar kiest voor een geleidelijke afbouw. De nieuwe regels zijn nog niet vastgesteld; het uitwerken en doorlopen van de procedure duurt volgens hem naar verwachting ongeveer twee jaar.
Ambtenaren adviseerden een andere verbodsroute
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat Erkens kiest voor een andere wettelijke route dan zijn ambtenaren aanvankelijk adviseerden. Een vergelijking van de beslisnota van 9 oktober met de uiteindelijke brief laat dat verschil zien.
Het advies was om het houden van dolfijnen te verbieden, met een uitzondering voor de dieren die al in Nederland leven. Die mochten blijven tot hun dood. Nieuwe dieren fokken of importeren zou in die opzet niet mogen; een mogelijke opvangfunctie voor dieren uit sluitende dolfinaria bleef wel ter uitwerking open.
Na aanvullend overleg koos Erkens voor een fokverbod. Ook dat moet voorkomen dat er een nieuwe generatie dolfijnen in Nederland wordt geboren. Het verschil zit in de gekozen verbodsregel: het advies richtte zich op het houden van dieren, de aangekondigde regel op het fokken. Beide routes laten de huidige dieren blijven en houden een mogelijke opvangfunctie open. Het advies was dus evenmin een opdracht het park onmiddellijk leeg te maken.
In de beslisnota wordt de voorgenomen opvang nader begrensd tot dolfijnen van dezelfde leeftijdsklasse als de dieren die er al zijn, niet jongere dieren. Hoe die voorwaarde precies in de regels komt te staan, is nog niet uitgewerkt.
Een vrijwillige stop wordt een overheidsregel
Het Dolfinarium kiest volgens zijn eigen publieksinformatie al ongeveer acht jaar voor een groep zonder nieuwe geboortes. Ook in mei 2025 meldde het ministerie dat het park niet met dolfijnen fokte. Het aangekondigde verbod moet die bestaande stop formeel vastleggen.
De reden voor de stop verschilt wel. Het park noemt voldoende dieren en het beheer van de groep. Het stelt op zijn website dat een permanent voortplantingsverbod het welzijn kan schaden, onder meer door gevolgen voor sociaal gedrag en langdurige anticonceptie. Erkens wil juist voorkomen dat er nieuwe generaties bijkomen, omdat hij twijfelt of het welzijn van dolfijnen in gevangenschap voldoende kan worden gewaarborgd.
Hij wil daarom met het park spreken over dierenwelzijn, de samenstelling van de groepen en de economische gevolgen. De zorg voor dieren die er al zijn, moet tijdens de afbouw geborgd blijven. Het fokverbod alleen beantwoordt niet hoe hun leefomstandigheden in de tussenliggende jaren verbeteren.
Verbeteringen kunnen niet op de afbouw wachten
Dat is ook een actuele opgave bij een andere diersoort in het park. Erkens bevestigt dat het Dolfinarium de deadline van 1 maart 2026 voor een dieper verblijf voor de Stellerzeeleeuwen heeft gemist. RVO heeft daarvoor een last onder dwangsom opgelegd: het park moet het verblijf verbeteren, met een financiële sanctie als het niet aan de opgelegde verplichting voldoet.
De toekomstige afbouw van dolfijnen maakt zulke bestaande welzijnseisen niet minder belangrijk. Dieren die voorlopig blijven, hebben nu passende verblijven en zorg nodig. Een einddoel over tientallen jaren kan die verantwoordelijkheid niet vervangen.
Erkens gaat met het Dolfinarium en de gemeente Harderwijk in gesprek over de toekomst van het park. Hij wil de opvangmogelijkheden samen met de dierentuinsector en maatschappelijke organisaties verder onderzoeken. Een datum waarop de laatste dolfijn het Dolfinarium verlaat, noemt hij niet.
