Ruim 27.000 ondernemers die hun coronabelastingschuld nog via de bijzondere betalingsregeling aflossen, lopen achter met betalen. Dat is ongeveer 35 procent van de ondernemers die nog in die regeling zitten. Toch komt er geen algemene verlaging van de rente. Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg wil de prikkel om tijdig af te lossen behouden.
Hij schrijft dat in antwoorden aan SP-Kamerlid Jimmy Dijk. Die vroeg om meer hulp voor ondernemers met zware coronaschulden, onder meer door de rente tijdelijk te verlagen. Het gaat om belasting waarvoor bedrijven tijdens de coronacrisis uitstel kregen. Sinds oktober 2022 moeten zij die schuld in termijnen terugbetalen, naast hun nieuwe belastingverplichtingen.
Een betaalprikkel voor wie al achterloopt
De rente over nog niet betaalde belasting bedraagt sinds 1 januari 2026 4,3 procent per jaar. Ook binnen de coronabetalingsregeling wordt die rente gerekend. Het verschil tussen belastingrente en deze invorderingsrente zit in het moment: hier gaat het om het later betalen van een bestaande belastingrekening.
Eerenberg voert twee redenen aan om de rente niet voor alle ondernemers met coronaschuld te verlagen. Het zou de aansporing tot aflossen verminderen en moeilijk uit te leggen zijn aan ondernemers die al hebben betaald. Zijn keuze legt daarmee de nadruk op betaalgedrag en gelijke behandeling. Voor bedrijven die de termijnen niet kunnen opbrengen, blijft verlichting afhankelijk van een individuele beoordeling.
De Belastingdienst telde op 19 augustus 79.072 lopende coronabetalingsregelingen, met samen ongeveer €2,3 miljard schuld. Binnen die groep stond bij 27.718 ondernemers een achterstand op de termijnen geregistreerd. Daar hoorde ongeveer €900 miljoen openstaande schuld bij.
| Betaling van de termijnen | Aantal ondernemers |
|---|---|
| Voldoende betaald op de vervallen termijnen | 51.354 |
| Achterstand op de termijnen | 27.718 |
| Totaal nog in de regeling | 79.072 |
Daar staan ook aflossingen tegenover: volgens Eerenberg hebben circa 89.000 ondernemers hun schuld volledig afbetaald. Daarnaast noemt hij circa 100.000 ondernemers van wie de regeling is ingetrokken of bij wie sprake is van sanering of faillissement. De groep die nog in de coronaregeling zit, omvat dus niet alle ondernemers die ooit zo’n schuld hadden.
Een jaar verschil in de uitleg
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de antwoorden twee verschillende eindjaren noemen voor de coronabetalingsregeling. In het antwoord op vraag twee staat oktober 2027. In het antwoord over extra ondersteuning staat vervolgens dat de regeling voor de meeste ondernemers in oktober 2028 afloopt.
De actuele uitleg van de Belastingdienst noemt voor de standaardregeling 1 oktober 2027. De laatste gewone maandtermijn valt in september van dat jaar. Onder voorwaarden kan de looptijd van vijf naar zeven jaar worden verlengd; dan loopt de regeling door tot 2029. Een algemene verschuiving naar 2028 staat daar niet in.
Dat verschil doet ertoe voor ondernemers die moeten plannen hoeveel zij nog kunnen aflossen. De vergelijking van de antwoorden met de uitvoeringsinformatie biedt geen grond om uit te gaan van een extra jaar voor iedereen.
Hulp vraagt nog steeds om zelf aankloppen
Voor ondernemers met betalingsproblemen wijst Eerenberg op bestaande aanpassingen van de regeling, hulp via gemeenten en Geldfit en sanering. Bij sanering wordt afgesproken dat een deel van de schuld wordt betaald en een deel wordt kwijtgescholden. Sinds juli is er onder meer meer ruimte om kleine schuldeisers onder voorwaarden buiten zo’n akkoord te houden.
Die mogelijkheden kunnen een levensvatbaar bedrijf helpen. Ze vragen wel dat de ondernemer een hulpvraag stelt en zijn financiële situatie laat beoordelen. Eerenberg noemt brieven, kwartaaloverzichten en verwijzingen naar hulp. Drempels en onbekendheid noemt hij als mogelijke oorzaken van het uitblijven van hulpvragen; een eigen onderzoek naar die ervaringen presenteert hij niet.
In 2027 wil de Belastingdienst werken aan een digitale voorziening om betalingsregelingen eenvoudiger aan te vragen. Wanneer ondernemers die daadwerkelijk kunnen gebruiken, staat niet in de antwoorden. De standaard coronaregeling loopt dan al in haar laatste jaar.
