Bomen planten rond een veestal kan veranderen waar ammoniak uit die stal terechtkomt. Maar het kabinet gaat dat effect niet verder onderzoeken. Na gesprekken met deskundigen verwacht het ministerie een te kleine bijdrage aan de stikstofaanpak, schrijft landbouwminister Jaimi van Essen aan André Flach van de SGP.

Volgens de minister is veel, zorgvuldig geplaatste beplanting nodig. Nieuwe bomen moeten bovendien minstens tien jaar groeien voordat zij een serieus effect kunnen hebben. Verder van de stal neemt dat effect snel af. Zijn beslisnota noemt die verwachtingen als reden waarom geen vervolgonderzoek loopt.

Het RIVM beschreef juist een route om het effect te bepalen

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het RIVM in zijn advies uit 2025 over regionaal stikstofonderzoek twee stappen voorstelde voor het beoordelen van bomenrijen en andere beplanting: eerst bestaande wetenschappelijke kennis verzamelen en het verwachte effect berekenen. Alleen als dat veelbelovend was, zouden praktijkmetingen volgen.

Het advies noemt dit onderzoek relevant wanneer provincies beplanting als stikstofmaatregel willen gebruiken. Het stelt dus niet vast dat bomenrijen overal werken. De nieuwe antwoorden verwijzen naar deskundigengesprekken; een afzonderlijke berekening van het verwachte effect is niet bijgevoegd.

Opvangen is iets anders dan minder uitstoten

Een bomenrij verlaagt niet de hoeveelheid ammoniak die de stal verlaat. Bomen beïnvloeden de luchtstroming en kunnen een deel van de ammoniak opnemen. Hoeveel daarvan vervolgens minder op kwetsbare natuur terechtkomt, hangt van de plek af.

Drie verschillende stappen bij stikstof uit een stal
StapWat betekent het?
UitstootDe ammoniak die uit de stal in de lucht komt.
VerspreidingWaar die ammoniak door luchtstromen naartoe gaat. Bomen kunnen dat veranderen.
Neerslag op natuurHoeveel stikstof op een natuurgebied belandt. Minder neerslag daar moet per situatie worden aangetoond.

Het Wageningse onderzoek waar de minister naar verwijst, verscheen al in 2006. Het beschrijft zowel het afvangen van ammoniak als hogere concentraties vlak bij een bomenrij. De onderzoekers adviseerden meer metingen. Ook de Britse rekenhulp die Flach aanhaalt, noemt bomen een aanvulling op maatregelen die de uitstoot bij de bron verminderen.

Bewijs blijft nodig bij een natuurvergunning

Een provincie kan het effect van een bomenrij wel meenemen bij een natuurvergunning, zegt Van Essen. Daarvoor is volgens hem specialistisch onderzoek nodig dat het voordeel voor die specifieke plek voldoende zeker maakt. Alleen bomen aanplanten levert daarmee geen vast stikstofvoordeel op waarmee een bedrijf kan rekenen.

Voor natuur en boeren is dat onderscheid van belang: een effect moet werkelijk op de beschermde natuur optreden om als voordeel mee te tellen. De minister blijft beplanting wel steunen vanwege andere baten, zoals biodiversiteit en bodemgezondheid. Bestaande landbouwsubsidies zijn daarvoor beschikbaar, maar zijn niet speciaal ingericht op bomenrijen als stikstofmaatregel.