Het kabinet kan niet aangeven hoeveel grasland duurzaam wordt beheerd. Terwijl het doel al sinds 2019 is dat in 2030 alle Nederlandse landbouwbodems duurzaam worden beheerd, ontbreekt voor grasland een meetlat om die voortgang in hectares vast te stellen.

Minister van Landbouw Jaimi van Essen en staatssecretaris Silvio Erkens erkennen dat in antwoorden aan D66-Kamerlid Anne-Marijke Podt. De overheid volgt vooral de kwaliteit en het functioneren van de bodem. Zij bepaalt daarmee niet hoeveel afzonderlijke hectares als duurzaam beheerd kunnen worden aangemerkt.

Dat laat een gat in de verantwoording. Met publiek geld worden boeren ondersteund bij ander bodembeheer. De Kamer krijgt cijfers over grasland en genomen maatregelen, maar geen aantal hectares dat aan het landelijke beheerdoel voldoet.

Een definitie bestaat al, een telling nog niet

Het probleem is niet dat het Rijk nooit heeft omschreven wat duurzaam bodembeheer betekent. In een eigen publicatie uit februari 2025 staat dat de bodem voedsel moet kunnen blijven produceren, zonder het bodemleven en andere functies wezenlijk aan te tasten. Ook water vasthouden en zuiveren en koolstof vastleggen horen daarbij.

Die publicatie benadrukt tegelijk dat het effect van een maatregel afhangt van de grondsoort, de teelt en de uitvoering. Een andere manier van bewerken is niet op iedere plek een verbetering. Alleen het aantal boeren tellen dat een bepaalde maatregel toepast, levert daarom nog geen oordeel op over het beheer van hun bodem.

Al in de Kamerbrief van september 2020 stonden bodemmetingen en een gezamenlijke aanpak centraal. Het huidige antwoord houdt het doel voor 2030 overeind, maar geeft geen datum waarop er wél een meetlat voor duurzaam beheerd grasland komt.

Graslandcijfers meten iets anders

Het kabinet wijst op de verdeling van grasland bij melkveebedrijven: in de aangehaalde CBS-publicatie over 2025 was 72 procent blijvend grasland, 22 procent tijdelijk grasland en 6 procent natuurlijk grasland. Die cijfers beschrijven het soort grasland. Het aandeel duurzaam beheerde bodem valt er niet uit af te lezen.

Er zijn ook positieve ontwikkelingen. Volgens de antwoorden groeit het aandeel grasland met kruiden en grasklaver dat onder de Europese landbouwsubsidies wordt opgegeven. Het kabinet noemt ouder en kruidenrijk grasland als maatregelen die duurzaam bodembeheer ondersteunen.

Daar staat intensiever gebruik tegenover. De bewindspersonen melden vaker maaien, vaker grasland vernieuwen en meer verdichting van de bodem. Zij verwijzen voor nadere duiding naar een rapport dat eind 2026 wordt verwacht. De cijfers over toegepaste maatregelen en de zorgen over intensivering blijven zo naast elkaar staan, zonder gezamenlijke beoordeling van hoeveel grasland het beheerdoel haalt.

De bodem is meer dan een productiemiddel

Voor boeren bepaalt de bodem mede wat hun land op langere termijn oplevert. Voor de omgeving telt ook of water wordt vastgehouden, voedingsstoffen niet uitspoelen en bodemleven behouden blijft. Dat zijn publieke belangen naast de opbrengst van het individuele bedrijf.

De overheid betaalt onder meer voor maatregelen via de Europese landbouwsubsidies en voor meerjarig natuurbeheer via agrarische collectieven. Boeren kunnen daarnaast betaald advies krijgen over hun bodem. Zulke ondersteuning helpt veranderingen mogelijk te maken. Om te beoordelen hoe dicht het landelijke doel nadert, is ook nodig dat het Rijk duidelijk maakt wanneer het beheer als duurzaam telt.

Podt vroeg hoeveel grasland daar nu aan voldoet. Het antwoord blijft dat er geen kwantitatieve meetlat is.